| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2004 Participathologie.pdf | 16.05.2004 | 45kB | - |
PARTICIPATHOLOGIE
Arm publiek. Je zal maar worden overgeleverd aan de grillen van de hedendaagse kunst. Nergens ben je meer veilig. Op straat, in de tram, bij de C1000, en zelfs in je eigen huis loop je het risico het slachtoffer te worden van een kunstenaar die je in zijn kunstwerk wil betrekken. Publieksparticipatie heet dat. Ooit beschikte de kunstenaar over eigen reservaten, maar vandaag heeft hij zijn jachtterrein uitgebreid naar zelfs de meest intieme zones van ons bestaan.
Op 24 april 2004 organiseerde Museum Boijmans Van Beuningen de Open Wereld Dag, een symposium in het kader van de tentoonstelling We Are The World – Editie Rotterdam. De tentoonstelling betrof een remix van de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië in 2003. Op de keuze van curator Rein Wolfs viel weinig af te dingen: Carlos Amorales, Alicia Framis, Meschac Gaba, Jeanne van Heeswijk en Erik van Lieshout. Over de kwaliteit van hun werk kan natuurlijk worden gedebatteerd, maar dit kwintet biedt weldegelijk inzicht in de wijze waarop hedendaagse kunst in Nederland wordt beoefend. Hoe verschillend hun werk ook is, het verlangen naar publieksparticipatie vormt een gemeenschappelijke drijfveer. De Open Wereld Dag in Boijmans Van Beuningen beoogde een “dynamisch programma van gesprekken, films, anekdotes en discussies over participatie in de kunst” - een programma over “kunst als middel tot maatschappelijke verandering”.
De dynamiek was echter ver te zoeken. Heren in bankjes werden ondervraagd door heren achter tafeltjes. Anekdotes werden verward met slaapverwekkende exercities door de jaren zestig en zeventig. Discussies beperkten zich tot haarkloverij over welke figuren de Rotterdamse kunst op de lokale en interlokale kaart hadden gezet. Het publiek mocht stoeltjes warm houden, periodiek naar de koffiecorner schuifelen, en genieten van haar eigen aanwezigheid temidden van zoveel moois.
Het publiek kwam er tijdens de Open Wereld Dag slecht vanaf. Niet het publiek in de zaal, maar het publiek als noodzakelijk voorvoegsel van het fenomeen publieksparticipatie. Terwijl de samenleving al lang afscheid heeft genomen van de abstracte categorie ‘het publiek’, delibereerden de experts onverdroten voort over deze niet bestaande diersoort. Goed, onder de even abstracte dromen van socialisme, communisme en fascisme konden het volk, het proletariaat, de bewoners en de Rotterdammers tot grote hoogtes worden gestuwd. Maar sinds het publiek uiteen is gevallen in ontelbare publieken, subculturen, minoriteiten en levensstijlen riekt ieder appèl aan ‘het publiek’ naar kwader trouw. In zo’n optiek dient ‘het publiek’ nog louter als een snelle instant rechtvaardiging van kunstwerken. Het gemak waarmee menig kunstenaar en curator de term ‘het publiek’ in zijn mond neemt, verraadt niet alleen zijn minachting voor datzelfde publiek, maar tevens zijn zinsbegoocheling door zijn eigen creatie. Want publieke kunst, zegt kunstenaar Olu Oguibe, “is onverenigbaar met de egotistische proclamaties van de kunstenaar”.
Nu is er helemaal niets mis met een autonome kunstenaar die zijn publiek minacht en zijn resultaat in een museum openbaart. Maar een publieke kunstenaar die weigert een publiek voor zijn kunstwerk te ontwerpen, met andere woorden, een kunstenaar die weigert zich te verhouden tot een specifiek segment van het publieke domein, kan geen maatschappelijk statement van betekenis maken. Criticus Mohammed Benzakour legt het zo uit: “Publieke kunst heeft een ontvanger nodig. Maar als deze het aangebodene niet wil ontvangen, wat dan? Dan krijg je een terrorisme van de openbare ruimte”.
In het slotdebat gaf louter Erik van Lieshout zich op een even intuïtieve als ontwapenende wijze rekenschap van de verhouding tussen zijn kunst en specifieke publieken: “Ik ben helemaal gek van hiphop en als ik er voor ga dan duik er helemaal in. Zo ook met die Turken. Ik leef tussen hen, raak erdoor gefascineerd en spring er dan bovenop. Bam!”. Engagement – waarnaar veel publieke kunstenaars naar eigen zeggen streven – is een eenvoudig gegeven. Het betekent letterlijk verplichting of verpanding. Je verplicht jezelf tot iets, je verpandt jezelf al dan niet tijdelijk aan deze of gene maatschappelijke of culturele groep. Engagement is nooit abstract of algemeen; engagement is onverenigbaar met het publiek.
Publieksparticipatie, zo leerden we op de Open Wereld Dag, gaat weliswaar gebukt onder goede bedoelingen, maar resulteert nauwelijks in geëngageerde kunst. De grote uitdaging ligt in een republicatie van de kunst: het ontwerpen van een publiek voor je kunst of het vinden van een ontvanger voor je kunst. Alleen op die wijze geeft kunst op een eigen wijze uitdrukking aan publiek domein en aan publieke opinie. Bam!
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |