| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2004 Center For Urban Culture.pdf | 05.04.2004 | 50kB | - |
CENTER FOR URBAN CULTURE & BUSINESS
Vraaggesprek met Siebe Thissen, door Locus 010, een ‘centrum voor creativiteit en inspiratie’ aan de Hoogstraat te Rotterdam (Huf-gebouw). Locus 010 zoekt naar nieuwe huisvesting en naar een versterking van haar doelstellingen en culturele programma’s.
WAT ZOU EEN CENTER FOR URBAN CULTURE & BUSINESS MOETEN ZIJN?
Ik denk hierbij aan de eerste plaats aan een centrum ter bevordering van
zelfstandig ondernemerschap in grootstedelijke processen van cultuurproductie,
-bemiddeling
en –educatie. Maar tevens een centrum dat nieuwe culturele elites opleidt.
WAT IS URBAN CULTURE?
‘
Urban Culture’, of in het Nederlands ‘grootstedelijke cultuur’,
omvat een grote variatie van culturele uitingen en percepties in grootstedelijke
samenlevingen. ‘Urban Culture’ is altijd ‘glokaal’,
dat wil zeggen, ‘Urban Culture’ verbindt globale of mondiale culturele
verschijnselen met lokale culturele verschijnselen. Zo vinden we ‘urban
culture’ in zowel Mexico City, Praag als New Delhi, maar is die cultuur
altijd ingebed in een lokaal weefsel, afhankelijk dat ze is van de bevolkingssamenstelling,
artistieke en culturele preferenties en de culturele infrastructuur van een
specifieke stad. Zo maken Desi en Banghra in Londen onlosmakelijk deel uit
van ‘urban culture’, maar speelt deze muziek in Parijs nauwelijks
een rol. ‘Urban Culture’ wordt bijeengehouden door ‘sonic
fiction’: door muziek en door ‘verhalen’ die met muziek samenhangen – zonder
muziek is er geen ‘urban culture’.
WAT IS URBAN?
Vanwege het ontbreken van media-aandacht en cultureel beleid is ‘urban
culture’ vandaag vooral in gebruik als commercieel product: met ‘urban
culture’ duiden Nederlandse platenwinkels of discotheken doorgaans hiphop,
R&B, soul en 2step aan. Soms, afhankelijk van aanwezige doelgroepen, worden
reggae en dancehall aan die opsomming toegevoegd. In het beste geval (denk
aan de Engelse markt) maken ook electro, jungle, drum & bass en breaks & beats
deel uit van het ‘urban’ repertoire. Op het meest basale – en
commerciële - niveau is ‘urban culture’ dan niets meer dan ‘zwarte
muziek’. Maar de veel meer beperkte term ‘zwart’ doet geen
recht aan de rijkdom en variatie van ‘urban culture’. Zo heeft
Budapest bijvoorbeeld geen significante ‘zwarte’ cultuur, maar
wel een ‘urbane’. Naast muziek onderscheidt ‘urban culture’ zich
ook door taal, poëzie, ‘street art’, ‘urban design’ en
mode – verschijnselen die veel minder eenduidig zijn te benoemen en zeker
niet thuishoren in de term ‘zwarte muziek’.
WAT IS URBAN BUSINESS?
In Rotterdam – en in Nederland – ontbreekt een gezonde infrastructuur
voor ‘urban culture’. Het gebrek aan radiostations, studio’s,
clubs, platenlabels en opleidingen heeft talent ver teruggeworpen: dit tekort
laat talenten niet tot wasdom komen, hindert een verdere professionalisering
van deze cultuur en beroepsgroep, en slaagde er tot op heden nauwelijks in
het bestaande discours over kunst en cultuur open te breken. Een Center For
Urban Culture & Business zou het ondernemerschap in de cultuursector moeten
bevorderen door ‘urban’ talent niet alleen tot verdere ontplooiing
te laten komen, maar tevens voor te bereiden op een zelfstandig beroep als
muzikant, producer, ontwerper, organisator, bemiddelaar of docent. De huidige
culturele sector verdient niet nog meer beleid, maar meer zelfbewuste ondernemers
die de culturele infrastructuur durven te vitaliseren. Het zelfstandig werken
als muzikant of kunstenaar, het starten van een studio, label of club, of het
organiseren van culturele evenementen, behoren tot ontwikkelingen die zo’n
Center zich voor ogen moet houden. Nu is ‘urban culture’ (als beleidsinstrument)
vooral gericht op openbare orde, op het ‘van de straat houden’ van
onze grootstedelijke jeugd, door ze hiphop, street dance of graffiti-workshops
aan te bieden. Maar er is ook behoefte aan een meer professioneel niveau: we
hebben nieuwe culturele elites nodig, die de jonge Rotterdamse bevolking op
artistiek gebied kunnen inspireren, maar ook een rol van betekenis kunnen spelen
in het revitaliseren van de culturele sector en infrastructuur.
HEB JE VOORBEELDEN VAN ZO’N WERKWIJZE EN STRATEGIE?
Alles staat nog in de kinderschoenen, maar in onze zusterstad Birmingham loopt
een interessant project: WHAT IS URBAN CULTURE? Twee organisaties, Vivid
en Punch, hebben de handen ineengeslagen en proberen artistieke ontwikkelingen
en ‘urban’ productontwikkeling te combineren. Vanuit motieven
als sociale cohesie en maatschappelijke verantwoordelijkheid combineert Punch
productontwikkeling, marketing en educatie, door jongeren in contact te brengen
met kunstenaars en musici en hen te begeleiden op hun weg in de wereld van
muziek, kunst en lokale culturele infrastructuur. Vivid is een soort laboratorium
of instituut, dat zich bezig houdt met nieuwe media en mediakunst, zeg maar
een soort V2_Organisatie. Ze beschikken over tal van faciliteiten op het
gebied van nieuwe media en hebben een ‘haus_guest programme’,
waar nieuw talent kan rijpen en onderzoek kan verrichten. Gezamenlijk proberen
Vivid & Punch nu talenten samen te brengen, hen onderzoek te laten verrichten,
presentaties te laten verzorgen, maar hen ook nieuwe producten en diensten
te laten marketen.
HOE VERHOUDEN ARTISTIEKE EN COMMERCIELE ACTIVITEITEN ZICH BINNEN DAT DOMEIN
TOT ELKAAR?
Een van de meest mooie uitvindingen van ‘urban culture’ is de zogenaamde ‘dub
plate cultuur’, zoals die in de wereld van de reggae en dancehall gestalte
kreeg. Na hun optredens worden grote artiesten meegenomen naar kleine studio’s
waar ze ‘belangeloos’ en uit ‘solidariteit’ met de
achterban van fans ‘dub plates’ inzingen. Dit gebeurt wereldwijd
en biedt lokale studio’s, labels en fans de gelegenheid nieuwe artistieke
producten uit te zetten. Het leuke hiervan is het feit dat elke stad of regio
in principe eigen, lokaal opgenomen plaatjes kan uitbrengen, voorzien van ‘beroemde’ internationale
zangers. Het principe kan je eenvoudig vertalen naar andere terreinen van ‘urban
culture’. Indien Locus 010 musici, kunstenaars, deejays of ontwerpers
naar Rotterdam haalt, kan ze hen contractueel ook verplichten naast optredens
of presentaties tevens workshops, clinics en lessen aan het Center For Urban
Culture te laten verrichten. Ook de bestaande culturele sector kan gebruik
maken van dit principe: indien kunstenaars en musici Rotterdam aandoen dankzij
subsidies van de overheid, waarom laten we hen dan geen clinics of colleges
in de stad aan studenten geven? Zo’n principe zou verplicht gesteld kunnen
worden aan instellingen die subsidies ontvangen. Op deze wijze betaalt de gesubsidieerde
markt mee aan artistieke en culturele ontwikkelingen op lokaal niveau. Want
waarom zou een bekende artiest alleen maar optreden, een gearriveerde kunstenaar
louter een tentoonstelling inrichten en een directeur van een kunstinstelling
alleen maar directeur spelen?
| info@siebethissen.net | - | - | - |