Index of /Interviews en Reviews/Interviews/2004 Roosje

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2004 Roosje.pdf   22.03.2005 75kB -

2004

‘EEN KUT IN PIXELS IS NIET ARROGANT’

Over de commotie rondom ‘Roosje’, een openbaar kunstwerk in Amsterdam Oud-West. Geschreven door Annet Maseland in Vrij Nederland (18 december 2004)


De verhoudingen in Amsterdam Oud-West raakten deze zomer op scherp door de muurschildering ‘Blote Roosje’. Roosje werd betaald uit Europese gelden om sociale samenhang te bevorderen. Maar wie wilde Roosje nu eigenlijk?

‘Ik heb geen routebeschrijving meer nodig voor mijn bezoekers’, zegt Arjan, een jonge meubelmaker aan de Jacob van Lennepstraat in Amsterdam Oud-West. ‘Mijn atelier zit naast dat schilderij, dan weten ze me wel te vinden.’ De muurschildering van de blote vrouw, geënt op het liefdesgedicht ‘Aan een Roosje’ van Jacob van Lennep, heeft de straat landelijk op de kaart gezet. Buurvrouw Mirjam is er blij mee. ‘Het is een opknapper voor de buurt. Jammer dat het hard tegen hard is geworden. Gut, we wonen in Amsterdam. Daar moet dit toch kunnen.’

In haar prille bestaan is Roosje in diverse varianten te zien geweest. In concept was haar blootheid omfloerst met grove penseelstreken. Op de muur van 15 bij 15 meter pakte dit niet goed uit. Kunstenaar Rombout Oomen zette het bloot realistischer aan, schaamhaar incluis.

Dit was too much. De schaamstreek werd enige weken later door onbekende lieden bezoedeld met zwarte verfbommen. In de buurt gonsde het van de geruchten. De moslimbewoners in de appartementen die recht uitkeken op de schildering zouden er misschien iets mee te maken kunnen hebben. Als wraak besmeurden andere onbekende lieden hun portiek met mayonaise.

Om de gemoederen te bedaren, schilderde Oomen de vagina over, ditmaal in pixels. ‘Dat heeft hij moedig en goed opgelost’, vindt meubelmaker Arjan. ‘Je hebt ook eigenzinnige kunstenaars die zich aan dit soort sentimenten niets gelegen laten liggen. Deze kunstenaar toont betrokkenheid bij de buurt.’

Is de rust daarmee teruggekeerd in de Van Lennepstraat? In een van de appartementen pal tegenover Roosje knikt een bewoonster bevestigend. De ergste commotie is voorbij. ‘Maar het uitzicht went nooit.’ Ze houdt de gordijnen de hele dag gesloten. Ze wil ze wel even opendoen om het bezoek een blik te gunnen op het uitzicht. Zelf is ze fysiek niet in staat om te kijken. De aanblik van de overweldigende vagina en borsten maakt haar onpasselijk, met of zonder pixels.
‘ Hoe leg ik dit uit aan mijn kinderen? De kunstenaar heeft niet eens het hele gezicht geschilderd, alleen een groot bloot lijf. Als ik dat wil zien, kijk ik wel naar mezelf.’ Ze lacht.

Aha, dus ze kan er wel een beetje om lachen? Nee, nee. Dit is niet om te lachen. ‘Het voelt alsof iemand een vuilniszak heeft leeggeschud voor mijn raam. Alsof het erop is geschilderd, omdat wij het niet willen. Om te pesten. Want ze hebben met ons thuis gepraat. Toen hebben wij gezegd dat we het niet wilden. Bij de deelraad hebben wij dat nog een keer gezegd. Het kwam er toch.’

Haar gezin heeft zelfs geprobeerd om te verhuizen. Maar ja. Alsof dat zo gemakkelijk gaat in Amsterdam. De stadsdeelraadsvoorzitter kwam ten slotte met een sussend gebaar. Alle overburen van Roosje mochten op kosten van het stadsdeel spulletjes kopen voor de vensterbank om het uitzicht te versperren. ‘Nooit geen geld gezien. Dit heb ik allemaal zelf moeten kopen’, zegt de vrouw verbitterd, wijzend naar de vitrages, de planten en het plakplastic.

Arme Roosje. In haar pontificale naaktheid kijkt ze uit over de straat, met een holle blik, alsof ze het allemaal niet wil weten. Bedacht als ikoon van liefde, veranderde ze in een symbool voor de onoverbrugbare verschillen tussen bevolkingsgroepen. De een ziet in haar het toonbeeld van het vrije Amsterdam, waar alles moet kunnen, een soort vrijheidsbeeld. Voor een ander staat ze voor schreeuwerige onbeschoftheid, het recht van de sterksten.

‘Het is een affront.’ Meubelrestaurator Frank van der Leeuw maakt zich kwaad in zijn atelier aan de Van Lennepstraat. ‘Om bloot in een dergelijk formaat te plaatsen tegenover mensen die daardoor gekwetst zijn.’

‘Artistiek gezien heb ik er verder weinig op aan te merken. Mooi hoor hoe die man in de ruimte zweeft. En de kunstenaar neem ik weinig kwalijk. Ik ken hem. Het is een jonge knul. Ik begrijp zijn fascinatie voor blote vrouwen. Maar laat hij die blote vrouw op z’n eigen kamer ophangen. Het kunstwerk heeft een sociale scheiding teweeggebracht in de straat. Dat de stadsdeelraad dit heeft goedgekeurd. Ik ben ontzet.’

‘Tuurlijk. Roosje heeft het allemaal weer gedaan.’ Een paar deuren verderop woont kunstenaar Rombout Oomen. Hij neemt het op voor zijn kunstwerk. ‘Roosje heeft helemaal niets gedaan. De verschillen tussen de groepen zijn pijnlijk. Maar die verschillen zijn er zonder het kunstwerk ook. De maatschappelijke discussie die door Roosje is ontstaan heeft de vinger op de zere plek gelegd. Dat is een functie van kunst: laten zien hoe de maatschappij ervoor staat. Ik heb haar geschilderd als een liefdevol beeld. Maar gaandeweg is ze een statement geworden: dit kan en moet kunnen.’

‘Onzin’, reageert meubelrestaurator Van der Leeuw. ‘Als het beeld iets aantoont, is het dat mensen ronddraaien in hun eigen kleine kringetjes. In bepaalde artistieke kringen is zuipen en hoereren de gewoonste zaak van de wereld. Maar er zijn ook andere kringen, waar andere denkbeelden heersen. Daaroverheen walsen, is arrogant. De kunstenaar heeft z’n pik op de muur geschilderd. Dat is shockeren. En kunst om te shockeren vind ik errug ouderwets.’

Dat leidt naar de vraag hoe de muurschildering er in hemelsnaam heeft kunnen komen. Wie heeft het laatste woord gehad over Roosje?

De welstandscommissie, zegt de kunstenaar. ‘Welnee’, zegt kunstenaar Joost van Hezewijk, die de welstandscommissie adviseerde. ‘De welstandscommissie is een extra toets. Ik kijk of het kunstwerk past in het straatbeeld en of er een fatsoenlijke relatie is met de omgeving. Ik vind de schildering vakkundig opgezet en mooi uitgevoerd. Ik beoordeel niet wat het beeld vertelt, dat is aan de opdrachtgever. Als ik een moskee beoordeel, kijk ik of het een mooi en goed gebouw is, niet of er een moskee moet komen op die plek. De welstandscommissie heeft haar bedenkingen gehad of deze muurschildering op deze plek wel zo verstandig was. Maar goed, als het stadsdeel dat wil.’

Het stadsdeel, zegt de welstandscommissie. ‘Ik ga me als ambtenaar niet met een kunstwerk bemoeien’, zegt Henk Grool van het stadsdeel Oud-West. ‘De buurt heeft zich uitgesproken voor dit kunstwerk. Dat respecteer ik.’ De buurt dus.

‘De buurt heeft beslist, dat klopt. Dat is het unieke aan dit project’, zegt Sandra Kensen, die als projectadviseur en onderzoeker is betrokken bij de besteding van de Europese Urban-subsidie, waaruit Roosje is betaald. Urban-gelden zijn bedoeld om achterstandswijken een boost te geven. Roosje valt onder een deelfonds voor vernieuwende projecten, met een budget van 326 duizend euro voor de buurten Bellamy en Van Lennep samen. Het doel van dit fonds is de leefbaarheid en sociale samenhang bevorderen.

Een ton is geboekt voor procesmanagement en extern advies en onderzoek. 30 duizend euro ging naar een buurtfeest waar de buurtbewoners zich konden uitspreken over de plannen. Ook de plannenmakerij kostte geld, er kwam een huiskamerbijeenkomst, een buurtontbijt en een kerstbazaar.
Subsidiesnoepen, noemt de kritische meubelrestaurator Van der Leeuw het smalend.

‘Het was een experiment met directe participatie’, zegt Sandra Kensen. ‘En zo’n proces begeleiden kost geld. We wilden de mensen zelf laten bepalen hoe ze hun buurt konden verbeteren. Voorwaarde was dat het de buurt sociaal, fysiek en economisch ten goede moest komen. De plannen moesten voorbij de geijkte plantjes en geveltuintjes gaan.’

Omdat de Van Lennepstraat een meubelmakerskwartier is, verzamelde het projectteam een clubje van meubelmakers, ambachtslieden en kunstenaars om zich heen. Op een zonnige septembermiddag in 2003 presenteerden deze hun plannen op een buurtfeest. Bewoners konden via enquêteformulieren hun mening geven.

‘Roosje was het meest controversieel’, zegt Sandra Kensen. ‘Toch vonden de meeste mensen het wel leuk. Bewoners zagen het als een symbool van Amsterdam, waar alles moet kunnen.’
Uiteindelijk beschikte het toeval. Een paar plannen, zoals een buurthuis en een huiskamer op straat, bleken domweg te duur. Een andere muurschildering sneuvelde bij de welstandscommissie. Roosje bleef over, plus vijf bankjes, eigen ontwerpen van meubelmakers uit de straat.

Is Roosje de uitkomst van een ultrademocratisch proces of is ze doorgedrukt door een klein groepje gelijkgestemden ten koste van omwonende moslimgezinnen? Misschien iets van allebei. Er is enorm veel inspraak geweest. Maar met het commentaar dat uit het buurtfeest kwam, is weinig gedaan, geeft ook Sandra Kensen toe. ‘Van de 68 bezoekers die een formulier invulden, hadden elf bedenkingen bij het bloot. Ik heb toen nog geopperd om de vrouw aan te kleden, bijvoorbeeld met een sjaal. Maar dat zou het volgens de kunstenaar juist extra pikant maken.’
Rombout Oomen knikt. ‘Ik geloof niet in democratische kunst. Ik heb gezegd: dit is mijn kunstwerk, willen jullie het hebben of niet? Ze wilden het.’

‘Hoe democratisch wil je het hebben?’, bromt Henk Grool van het stadsdeel over de telefoon. ‘Iedereen kon zijn zegje doen. De meerderheid was enthousiast. Bij elk kunstwerk heb je er wel een paar die het niets vinden. De bewoners die bezwaar hadden, hebben nooit de moeite genomen om bijeenkomsten te bezoeken. We hebben hen vervolgens uit eigen beweging opgezocht. Uiteindelijk legden de meeste gezinnen die het vervelend vonden, zich neer bij het besluit van de meerderheid.’
Hij klinkt een tikje vermoeid. ‘En ik maar denken dat we de seksuele vrijheid allang geleden bevochten hadden.’

Ultrademocratisch? De meubelrestaurator snuift. ‘Een klein groepje heeft vanaf het begin plannen gemaakt. Ach ja, er komt een vette kluif voorbij, ik neem niemand wat kwalijk hoor. Zelf heb ik nooit aangehaakt bij deze stompzinnige bureaucratie.’
Ultrademocratisch? De bewoonster tegenover het pand schudt haar hoofd. ‘Wij zijn niet naar het buurtfeest geweest, omdat we op vakantie waren. Later bleek het allemaal al te zijn beslist.’

‘Wat een merkwaardige discussie’, zegt de Rotterdamse Siebe Thissen, hoofd kunst & openbare ruimte bij het CBK Rotterdam. ‘Bij ons zou deze muurschildering nooit door de eerste ronde komen. Hier is het er blijkbaar doorheen geglipt. Artistiek gezien is er niets mis met het beeld. Maar een kunstenaar die werkt in de openbare ruimte, hoort de gevoeligheden die leven in een wijk te kennen. Het mag nooit de bedoeling zijn van publieke kunst om groepen tegen elkaar uit te spelen. Middenin de broeierigheid van de stad realiseer je iets dat recht doet aan die plek, die buurt, die mensen.’

‘Dit statement is achterhaald. “Ik, de Kunstenaar, vind dat dit moet kunnen. Veel plezier ermee.” Het is seventies, gestoeld op de oud-linkse gedachte dat de kunstenaar of schrijver zich aan het eindstation bevindt en dat zijn publiek nog niet zover is. Dat is ook nog eens arrogant.’

‘Sommige mensen zeggen dat kunst geslaagd is als het iets losmaakt. Maar een provocerend statement is zo gemakkelijk. Het is mind candy. Het effect ebt ook snel weer weg. Het is een grotere uitdaging om iets te maken met een collectieve betekenis.’

Rotterdam heeft z’n eigen Roosje in Kabouter Butt-plug van de kunstenaar McCarthy, een gigantische Kabouter Plop met een dildo in z’n hand. ‘Met dat beeld is op zichzelf niets mis, maar de gemeente wilde het middenin het centrum, bij de Kruiskade neerzetten. Dit leidde tot veel protesten. Zegt de beeldende-kunst-commissie: “Wij hebben ons werk goed gedaan, kunst kan blijkbaar nog steeds shockeren”. ‘Misplaatste arrogantie.’

Geconfronteerd met de mening van Siebe Thissen, voelt kunstenaar Rombout Oomen ‘spontaan jeuk’ opkomen. ‘Hoezo arrogant? Kom nou toch, ik ben kunstenaar, geen sociaal werker.’

Er lijken lessen te zijn getrokken uit de tragikomedie rond Roosje. Een nieuwe muurschildering staat gepland voor de Kostverlorenkade, eveneens in Oud-West, vlakbij de El Tawheed moskee. Kunstenares Meinke Horn steekt haar voelhoorns uit en voert samen met een projectmedewerker gesprekken met omwonenden. ‘Alsjeblieft geen Roosje’, lacht ze. ‘Dat hoor ik vaak. Uiteraard houden we rekening met gevoelens van moslimbewoners, zeker op deze gevoelige plek, zo vlakbij de moskee. Je moet de verhoudingen niet op scherp zetten.’
Henk Grool van het stadsdeel heeft er niets van gemerkt dat bewoners geen nieuwe Roosjes meer zouden willen. ‘Een bewoner stuurde me zelfs een erotisch gedicht van de dichter Bellamy. Hij wilde in zijn buurt ook wel zo’n mooie blote mevrouw.’


info@siebethissen.net   - - -