| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2007 Muurschilderingen in Rotterdam.pdf | 08.01.2008 | 38kB | - |
Muurschilderingen in Rotterdam
Door Richard Stuivenberg in Rotterdam-R (december 2007)
Voor de fervente graffitihater is het even slikken, maar graffiti heeft het inmiddels geschopt tot een geaccepteerde kunstvorm binnen de beeldende kunsten. De SKVR biedt graffiticursussen aan, het CBK schrijft een boek over het muurschilderen in Rotterdam en verleent zelfs officiële opdrachten aan erkende graffitikunstenaars. Maar ter geruststelling: het gaat hier niet om het vandalistische geklieder dat de Roteb dagelijks weer van de muren en elektriciteitskastjes schrobt, maar om het echte werk van jonge kunstenaars die het maken van 'pieces' in hun tienerjaren steeds vaker als een opstap zien voor een opleiding aan een kunstacademie. Mede dankzij het inmiddels officiële opdrachtenbeleid van de gemeente Rotterdam verdringen zij in de openbare ruimte meer en meer de lelijke spuitbusvegen waar zovelen zich aan storen. De mooie graffiti begint de lelijke te verdringen. Graffitikunst begint zich meer en meer te voegen in een lange traditie van muurschilderkunst in Rotterdam.
CBK-medewerker Siebe Thissen kwam op het spoor van deze rijke historie door zijn bijdrage aan het boek Graffiti in Rotterdam (2007, NAI Uitgevers), een essay dat hij onder zijn handen steeds omvangrijker zag worden. Thissen verloor zich volledig in het onderwerp, omdat hij ontdekte dat de grens tussen graffiti en muurschilderingen moeilijk was te trekken. Er is veel overlap in de gebruikte technieken. Veel graffiti is bijvoorbeeld geïnspireerd op Latijns-Amerikaanse muurschilderkunst. En ook het beschilderen - bekladden zullen veel mensen het noemen - van treinen is een oude, internationaal beoefende (volks)kunstvorm. Omdat het hem niet goed lukte zijn onderwerp scherp af te bakenen, trok hij zijn essay terug en besloot hij er, in samenwerking met het CBK en Uitgeverij Trichis, een zelfstandig boek over legaal gerealiseerde muurschilderkunst van te maken, dat in november a.s. zal uitkomen: Mooi van ver. Muurschilderingen in Rotterdam .
Wat hem vooral fascineerde in het onderwerp was dat zo goed als alle muurschilderkunst uit de 20e eeuw al is verdwenen. Een muurschildering blijft zitten totdat de muur wordt afgebroken en dat duurt in Rotterdam nooit zo heel erg lang. En van de enorme hoeveelheid muurschilderingen van voor de Tweede Wereldoorlog is natuurlijk helemaal niets bewaard gebleven, behalve wat schaars fotomateriaal.
Vanaf 1900 begon de bloeitijd van de muurschilderkunst. Alle vrije muren in de stad werden bedekt met kleurrijke reclameschilderingen voor drank of wasmiddelen. Vanaf de jaren twintig kwamen daar de bioscoopschilderingen bij die tot in de jaren tachtig een grote markt vormden voor kunstschilders die niet vies waren van een commerciële opdracht van tijd tot tijd. 'Trailers' werden deze schilderingen genoemd, omdat ze aanvankelijk op een kar door de stad werden gereden, een naam die later werd doorgegeven aan de promotiefilmpjes voor een film.
Reclame- en bioscoopschilderkunst gold voor de oorlog als een echt genre. Er werd een exotische wereld in getoond die het verlangen wekte naar verre oorden en Rotterdam binnenleidde in de internationale wereld van glamour en avontuur. Beroemde ateliers in die tijd waren Reclameatelier Engelman, die veel kunstenaars in dienst had, en Atelier Leo Mineur dat onder meer verantwoordelijk is voor de beroemde schildering van Multatuli naar een ontwerp van Mathieu Ficheroux in de Van Oldenbarneveltstraat; dit laatste bedrijf bestaat nog steeds en verzorgt momenteel onder meer de schilderingen voor Diergaarde Blijdorp.
Na het bombardement stond er bijna geen muur meer overeind. Om de algehele somberheid over de verwoeste stad te verdrijven, kregen kunstenaars de opdracht de muren van diverse noodwinkels te beschilderen met kleurrijke kunstwerken en verschenen ook weer overal reclameschilderingen.
In de opbouwjaren waren het grote evenementen als E'55, de Floriade in 1960 (met de Euromast als blijvende herinnering) en C'70 die de muurschilderkunst een nieuwe impuls gaven. Ter gelegenheid van E'55 werd de 100 meter lange muur van het paviljoen bij Museum Boijmans (ongeveer waar zich nu het Nederlands Architectuur Instituut bevindt) beschilderd door niemand minder dan Karel Appel. Was de muur bewaard gebleven, dan had Rotterdam nu beschikt over een toeristische trekpleister van jewelste, maar de charme van muurschilderkunst is nu eenmaal de tijdelijkheid ervan. Gelukkig is fotografie wat beter bestand tegen de tijd en getuigen de foto's van Ed van der Elsken nog van het magnifieke Appelkunstwerk.
Een nieuwe fase brak aan vanaf de jaren zestig toen de gemeentelijke overheid zich meer en meer ging bemoeien met de buitenkunst. Het socialistische stadsbestuur vond dat iedereen recht had op kunst en dat de kunst naar het volk moest worden gebracht. Muurschilderkunst was hier een uitstekend medium voor. De Rotterdamse Kunststichting (RKS) begon, onder het motto Town Painting, autonoom werkende kunstenaars opdrachten te verstrekken voor muurkunstwerken in de stad. Co Westerik schilderde zijn, later als logo van Jeugdtheater Hofplein bekend geworden, trouwspringende meisje en Mathieu Ficheroux zijn portret van Multatuli met diens uitspraak: "Van de maan af gezien zijn we allen even groot." Voor het eerst werd muurschilderkunst echt erkend als kunst en kregen kunstenaars betaald door de gemeente voor het maken van nieuw werk.
De komst van Chileense ballingen naar Rotterdam aan het begin van de jaren zeventig gaf een inhoudelijke impuls aan de muurschilderkunst. Zij brachten de Latijns-Amerikaanse tradities van politieke muurschilderingen naar Rotterdam. Een aantal van hen kreeg ook officiële opdrachten van de RKS en de Rotterdamse kunstenaar Cor Kraat kreeg een beurs om naar Amerika te reizen om daar de muurschilderkunst te onderzoeken. Overal in de stad verschenen onverhuld radicaal-linksgetinte politieke schilderingen waarin werd opgeroepen tot de klassenstrijd. Maar geleidelijk verdween die politieke angel weer uit de werken en werd het weer autonomer van karakter. Wel ontdekte men het thema van de multiculturaliteit als onderwerp van de schilderingen. De jaren zeventig en tachtig waren immers de jaren dat de bevolking van de stad radicaal van samenstelling veranderde. Natuurlijk had dit zijn invloed op de muurschilderkunst, de kunstvorm die zo dicht bij bewoners staat.
Eén van de laatste Town-Paintingopdrachten die de RKS verstrekte was opmerkelijk genoeg de allereerste graffiti-piece die in Rotterdam en zelfs in Europa het licht zag: een piece van Lee in de Berekuil (op de Lijnbaan) in 1982. Deze opdracht markeert volgens Siebe Thissen de overgang naar de graffitikunst, een autonome en spontane kunstvorm die al snel aan zijn eigen succes ten onder ging, zodat de kunstwereld zijn handen ervan aftrok en graffiti het domein werd van de urban jeugd die bezit nam van Rotterdam. Het CBK verplaatste zijn aandacht in de jaren negentig naar de ornamentenlijsten op gebouwen waar vroeger reclame in had gehangen, maar die nu leeg stonden. Vooral in het Oude Noorden, op Katendrecht en het Noordereiland kregen kunstenaars de opdracht werken te maken voor deze lijsten.
Pas na de eeuwwisseling werd de graffiti weer binnen het domein van de kunsten getrokken. Men begon in te zien dat graffiti niet meer is uit te bannen uit de stad. Ook de houding van bewoners veranderde. Vond men eerst nog dat 'ze' hun buurt verpestten, later ontdekte men dat de graffiti werd aangebracht door hun eigen kinderen en dat de urban schilderingen onderdeel waren van het sociale weefsel in een wijk. Als het dan toch niet meer weg zou gaan, dan maar beter goed, werd de opvatting. Liever iets moois op de schoolmuur dan geklieder met een stift. En inmiddels is de graffitimuurschilderkunst zo ingeburgerd dat bijna ieder Schoon, Heel & Veilig-project tegenwoordig wordt afgesloten met een muurschildering. Wethouders geven persoonlijk de opdracht, zetten zelf de eerste tag, en de Roteb laat de glasbakken be-graffiti-en in sociaal-culturele graffitiprojecten onder leiding van erkende graffitikunstenaars. Het CBK ("De kortste weg naar kunst in Rotterdam") koppelt organisaties die een muurkunstwerk op hun muur willen en muurkunstenaars aan elkaar, waarmee een tweede Town-Paintingperiode in gang is gezet. Het artistieke niveau van de werken is de laatste jaren beduidend toegenomen en dat zet ook de betere kunstenaars weer aan tot belangstelling voor muurkunst.
Kortom: de muurschilderkunst is weer ongekend populair. Als goedkope manier om een buurt op te vrolijken, opperen critici; als louter cosmetica om een echte verbeteraanpak achterwege te kunnen laten, waarmee de verloedering van een wijk eigenlijk alleen maar bevestigd wordt? Of als een door de bevolking gedragen, echte investering in het sociale weefsel van een wijk, bezweren wethouders, waarmee een verdere verloedering juist wordt tegengegaan omdat men, ook in de urban wereld, de kunstwerken van een ander altijd zal respecteren? De tijd zal het leren. Feit is wel, volgens Siebe Thissen, dat onze muurschilderkunst onmiskenbaar Rotterdams is : rauw, van de straat en dichtbij de mensen. En voor wie het niet mooi vindt, is er één troost: een muur in Rotterdam staat nooit lang rechtop.
| info@siebethissen.net | - | - | - |