| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2009 De identiteit van Zuid.pdf | 04.11.2009 | 70kB | - |
Op zoek naar de identiteit van Zuid. Over de meerwaarde van kunst in het proces van herstructurering.
Door Annemarie Sour in “Rotterdam Zuid Zijde” (#2, juni 2009).
Zuid moet meer smoel krijgen. Maar hoe doe je dat? Stadspoorten bij de invalswegen met opvallende objecten als knalpaarse olifanten of felgele koffiepotten? Of zou het toch anders moeten, meer in de traditie van Zuid? Over de meerwaarde van community art, beeldbepalende kunstwerken en kunst als speldenprik in het proces van herstructurering.
Die entrees van Rotterdam Zuid, dat is toch helemaal niets? Rijd je naar het Vaanplein denk je toch: dit is Zwolle! Moeten de toegangswegen niet veel meer een grootstedelijke uitstraling krijgen? Siebe Thissen, hoofd Kunst en Openbare Ruimte van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, herinnert zich de discussie tijdens een Pact Op Zuid bijeenkomst in het najaar van 2007 nog levendig. Investeringen in werkgelegenheid, onderwijs en woningen moeten Rotterdam Zuid een nieuwe impuls geven. Kunst, zo werd gesteld, kan een rol spelen om de openbare ruimte aantrekkelijker te maken.
Thissen: Het CBK (Centrum Beeldende Kunst) kreeg de opdracht om de grauwe uniformiteit van invalswegen en verkeerspleinen te doorbreken en iets met de beeldbepalende elementen (iconen) van Rotterdam Zuid te gaan doen.”
Thissen wilde de discussie van het jaar 2000 voorkomen toen de Gemeenteraad wethouder Cultuur Hans Kombrink terugfloot en het ambitieuze Stadspoortenproject, een serie markante kunstwerken langs de ruitvormige ringweg rond Rotterdam, in duigen viel. Thissen: “Bij Stadspoorten denk je al gauw aan de middeleeuwen. Dat doet geen recht aan de 21ste-eeuwse stad met haar verkeersstromen. Ook doemde bij mij het schrikbeeld van de ‘rotondekunst’ op. Ik wil geen losse kunstdrollen neerleggen. ”
De historicus Thissen maakt eerst een analyse. Is Rotterdam Zuid eigenlijk wel klein en tuttig? Wat is groot stedelijkheid en welke ervaringen passen daar dan bij? Hij kwam tot een verrassende ontdekking. De hijskranen bij Charlois, de sporen bij Feijenoord en de feeërieke verlichting langs de snelwegen geven Zuid een heel eigen identiteit. Thissen: “De A15 is met haar industriële landschap is meer dan cool. Er is geen gebrek aan markeringen en herkenningspunten: tankstations, wegrestaurants en kantoren zijn de beeldbepalers.”
Thissen en projectleider Marjolijn van der Meijden inventariseerden ook de andere toegangen tot Rotterdam Zuid. Hoe ervaren mensen die met metro of bus reizen Rotterdam Zuid als ze uitstappen bij Maashaven of Zuidplein? En hoe ‘voelt’ het om er per watertaxi te arriveren?
Rotterdam Zuid blijkt te barsten van de beelden in zowel de openbare als de ‘semi openbare’ ruimte. Soms zijn ze vergeten of verscholen. Thissen en Van der Meijden inventariseren de belangrijkste kunstwerken en ontdekken dat achter de meeste beelden op Zuid een –vaak historisch- verhaal zit. Rotterdam is geen museumstad, maar de openbare ruimte is voor Rotterdammers dé plek voor moderne kunst. Veel beelden staan op vreemde plekken, maar bij nader inzien op de enige juiste plek, zoals De Roeiers van Yair Aschkenasy op het Eerste Katendrechtse Hoofd. Vanaf deze plek roeiden de opvarenden vroeger naar de schepen. De Dijkwerkers van Ek van Zanten in de schaduw van de spoorbaan van de metro aan de Maashaven, is de plek waar in de vorige eeuw de dijk werd aangelegd. Thissen: “We zouden deze verscholen beelden meer zichtbaar moeten maken. Dat kan met verhalen, met licht of met publicaties. En als het echt niet anders kan, zou je ze kunnen verplaatsen.” Uit de lijst van kunstwerken zijn er dertig beelden die Thissen betitelt als de hoogtepunten van Zuid. Het gestileerde paard van Marino Marini behoort ertoe en ook de voetballer van Hendrik Chabot in het Feyenoordstadion. Maar Thissen ontdekte meer. “Zuid is ontstaan uit het zweet van arbeiders. Veel van de iconen op Zuid hebben een relatie met spierkracht en zijn voortgekomen uit groepen bewoners of clusters van vakbondsleden. Ze vormen in feite een beeldverhaal van de geschiedenis van Zuid en die gaat tot op de dag van vandaag door. Een groep bewoners wil bijvoorbeeld een hijskraan adopteren, omdat ze daaraan een bepaalde identiteit ontlenen. En een groep migranten pleit voort een monument voor de gastarbeider.”
De analyse van de entrees en de inventarisatie van de bestaande iconen heeft een schat aan informatie opgeleverd, leemtes zichtbaar gemaakt en plekken opgeleverd die als cultureel knooppunt kunnen gaan dienen. Maar het heeft ook een methodiek opgeleverd over hoe met kunst in de openbare ruimte om te gaan. Siebe Thissen: “De iconen die al op Zuid staan, zijn verhalen van mensen die emoties uitdrukken. Die beelden zijn door aanvraag van en in samenwerking met de bewoners ontstaan. In die traditie willen we doorgaan. Het ramenproject Pendrecht bijvoorbeeld is een beeldverhaal in 56 glasapplicaties van het ontstaan van Pendrecht. In deze glaskunstwerken zijn elementen van de tuinstad verwerkt, de ideeën van architect en stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese en citaten van haar uit brieven over Pendrecht. Dat zie je allemaal niet expliciet terug, maar de relaties zijn wel duidelijk.”
In die verhalende traditie van Zuid past ook het geplande monument voor de gastarbeider. Het CBK koopt hiervoor geen kant-en-klaar beeld op een sokkel van man met snor en koffer, maar gaat aan de slag met bewoners, in dit geval de werkgroep Migranten. Vragen, onderzoek en debatten zijn nodig om tot de kern van de zaak te komen. “Op Zuid zijn migratie en arbeid dominante factoren,” betoogt Thissen. “Heel Zuid is gastarbeider. Dat zag je honderd jaar geleden al bij de Brabanders en de Limburgers en later kwamen daar Grieken, Turken en Marokkanen bij. In de gesprekken met de werkgroep staan vragen centraal als: wat is de emotie van gastarbeid? Wie waren eigenlijke de eerste gastarbeiders? Hoe groot waren die groepen? Het onderwerp is veel breder dan de entree van ‘de eerste Turkse gastarbeider’ op Zuid. De historicus Paul van der Laar zorgt voor de feitelijke onderbouwing. De zaak goed analyseren en bespreken zorgt voor wederzijdse inspiratie en daarmee stuwen we elkaar naar een hoger plan, zeg maar: het clichébeeld voorbij.” De locatie is reeds vastgesteld: het Afrikaanderplein. Het CBK selecteert in overleg met een aantal adviseurs een viertal (internationale) kunstenaars die de emotie rond ‘de gastarbeider’ het best kunnen verbeelden. Foto’s, feiten en cijfers over gastarbeid, een film en gesprekken met oud-gastarbeiders zijn hun bron van informatie en inspiratie. Op basis hiervan maken ze hun voorstellen. De werkgroep Migranten beslist mede welke kunstenaar de uiteindelijke opdracht krijgt. “Onze werkwijze zou je de ‘Rotterdamse methode’ kunnen noemen”, zegt Thissen. “Bij zo’n aanpak hoort ook een bepaald type kunstenaar. Hij moet zich openstellen voor de opdrachtgevers, maar ook voor de gebruikers van de openbare ruimte en niet alleen zijn eigen drol willen leggen.”
Het Ramenproject in Pendrecht van Olphaert den Otter en het beeld van de Gastarbeider zijn twee van de twaalf nieuwe iconen op Zuid. Een aantal andere projecten staat op stapel, zoals het 24-uurs beeldscherm op de Mediamarkt (in aanbouw) aan de Beijerlandselaan van Paul Cox en Toine Horvers, Broken Light in de Atjehstraat van Rudolf Theunissen en Say My Name langs de Maashaven van Mamamess.
Met deze ‘Rotterdamse methode’ bouwt het CBK niet aan de collectie openluchtmuseum Rotterdam Zuid. Thissen ziet niets in een masterplan Beeldende Kunst voor Zuid. “We hebben geen collectie en we zijn geen en zijn curator. Voor markante plekken op Zuid, zoals het Zuidplein en Vaanplein, schakelt het CBK wel mensen van de Internationale Beelden Collectie in om te adviseren over kunstwerken die er zouden kunnen komen. Thissen: “De opgave is het markeren van cruciale knooppunten. Wat heeft het Zuidplein dan nodig?” Datzelfde geldt voor een markante entree als het Vaanplein waarmee twee ontwerpers van Zus aan de slag zijn gegaan. Thissen: “Zus heeft een plan voor de hele Ruit gemaakt. Dat is geen kunstwerk, maar het geeft van een andere identiteit aan ruimte. Ze hebben op de Ruit vijftig hectare ongebruikt groen geïnventariseerd op een gebied van zeshonderd hectare. Zus stelt voor om daarop groen toerisme te introduceren, denk aan paardrijden en motorrijden. Met zo’n groene golf kun je aan de Ruit een heel andere identiteit geven. Door daarbij samen te werken met de ontwikkelaars van dS+V en de projectontwikkelaars van de corporaties hopen voor Zuid nieuwe wegen te kunnen inslaan.”
Entree’s van een heel andere orde zijn die van Tarwewijk en Oud-Charlois. Hier clusteren arme kunstenaars, Polen, Turken en Somaliërs samen. Thissen: “Hun gemene deler is dat de huiskamer of de garagebox vaak is omgetoverd tot werkplaats, naai- of kunstatelier, catering, strijkservice of muziekstudio. Beeldend kunstenaar Jan Konings vangt deze vorm van geclusterde creativiteit samen in een aantal nieuwe kunstwerken. Maar ook de kunstenaarsinitiatieven in deze entreewijken van de stad krijgen een boost. Dat zijn haarden van verhoogde culturele activiteit. Door investeringen in kleine tentoonstellingsruimten en ateliers stimuleren de samenwerkende partijen de olievlekwerking van meerdere kunstprojecten in een bepaald gebied waardoor de effecten ervan beter zichtbaar worden”.
Thissen ziet de rol van openbare kunst als toediener van kleine ‘speldenprikjes’ in het proces van herstructurering. Thissen: “We kunnen de manier van kijken wel veranderen, maar herstructurering is vooral een bureaucratisch proces. We kunnen aan de machinerie van grote economische- en bouwprogramma’s via kunst wel een menselijke component toevoegen. Dat betekent in de praktijk meer oog voor detail en meer oog voor het initiatief van burgers, zodat de herstructurering ‘zachter’ wordt. De stad is tenslotte een organisch lichaam en is en blijft mensenwerk.” Aan de herstructurering wil hij ook het element van de verbeelding toevoegen. Hij heeft daarom vijf schrijvers gevraagd de ‘fictie van Zuid’ te vermengen met het beeld van hoe de stad had kunnen zijn. Thissen: “Ik wil een stad laten zien die iedereen kent, maar die nog niet bestaat. Denk aan het reizen per tram naar een restaurant dat op de Hef staat. Het bestaat niet, maar het had er kunnen zijn.”
| info@siebethissen.net | - | - | - |