Index of /Interviews en Reviews/Reviews/1997 Recensie Mba Kajere 2 Perspectief

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1997 Recensie Mba Kajere 2 Perspectief.pdf   10.08.2004 66kB -

1997

MBA KAJERE #2:
IN DE NIET-WERELD ZIJN ALLE MENSEN GELIJK

Recensie van Mba Kajere #2 (1997), door Dirk Sluijs in Perspectief (Gent) #47, april-juni 1997


De winter van dit jaar baarde zonder smart een tweede uitgave van MBA Kajere. En zwaar valt mij de bespreking ervan. Niet alleen vanwege de tegenstellingen waarmee de Uitgevers dit nummer opnieuw durfden te sieren, maar ook door de bekrompen reacties in wat voor een anarchistische beweging doorgaat. Ik doel er op de kritieken van de
anarchistische vakidioten, van hen die een éénduidig anarchistisch politiek bestel aankleven en die elk idee dat indruist tegen hun harmonische hemel en uiteraard tegen de plaats die ze zichzelf daarin toegemeten hebben, als fascistisch of reactionair verketteren: Eigenlijk is het niet verwonderlijk dat deze moraalridders juist de tegenstellingen schuwen als de dood. Want het hemelse weerspiegelt het harmonische en het aardse de tegenstelling: tussen het verlangen naar ideale samenlevingen en het besef dat we ze ten gronde richten. zodra we ze vaste vorm geven. Omdat zich ook dan machtswellustelingen zullen ontpoppen, omdat zich ook dan controlerende machtsmechaniSmen zullen ontrollen; tussen de gedrevenheid van het individu, dat elke zich aandienende zekerheid verpulvert, maar dat dorst naar rust, een rust die her zich niet kan gunnen, omdat het dan grijpbaar wordt voor machten die het vreemd zijn, voor de bedwelming van de conventie; tussen de taal die ontspringt aan de onzekerheden van het leven en daardoor de verbeelding aan het woord laat en de taal die verwordt tot macht, omdat de ideologie of de technologie haar in een keurslijf wringt.
Doch, de wereldverbeteraar gelooft in een hemel waaruit deze tweespalten gebannen zijn, waarin één geloof heerst, waarin het individu de onrust heeft afgeworpen en zich vol overgave aan de gemeenschap opoffert, waarin één taal die van de mededeelzaamheid, gesproken wordt. En met zijn wapperende blonde lokken leeft hij met zijn hoofd boven de wolken. Daàr waar de hemel de dagenlang blauw lijkt en waar een zachte bries bodwelmende geuren van-in-Eden-bloeiende bloemen meevoert. Maar zijn door-schapenwollen-wolkjes van het hoofd gescheiden lichaam draagt hij op ons ondermaanse mee. Een lichaam dat evengoed hangt naar de aardse geneugten, naar materiële zekerheden, naar status, naar de zekerheid dat mensen hem omringen en zich plooien naar zijn concept over de wereld, naar...macht.

En als de ideologische blindheid hem al belet te kijken naar zijn door machtsspelen besmet lichaam, kunt ge dan verwachten dat hij er al afstand van genomen heeft? Oh, nooit dekken de woorden van ideologen hun daden, want dezen kennen ze niet, laat staan dat ze hen kunnen noemen. Bespaar ons zodus hun woorden en nog meer hun paradijslijk wereldrijk, want onwetend of onwillend zoals ze nu al zijn, worden we daarin des te meer aan hun door mooie woorden omrankte grillen onderworpen. God laten we hun gepraat liefhebben, noch haten, zodat we in staat blijven het onbenullige glimlachend te beschouwen. Uiteindelijk is hun gepreek toch maar een ijdele vertoning van mensen die denken in het rijk der ideeën een ravage aan te richten, terwijl ze zich slechts spiegelen aan hun verlepte ideologieën. Eigenlijk verdienen ze medelijden, niet omdat het in de kern een ultieme vernedering is, maar omdat het niet eens zolang duurt vooraleer ideologen alleen nog elkaar bekijken. En het is die vooringenomen mensen dan gegund dat ze nog slechts met elkaar ingenomen worden.

Ach, hebben die groepjes die zichzelf een identiteit aanmeten door zich met basisdemocratische-, ecologistische-, feministische-, individualistische-, syndicalistische- of anderssoortige vlaggen op te smukken, ooit al iets betekend? God mag het weten, maar heden ten dage zijn ze niet bij machte de mensheid de sleutels aan te reiken om te ontsnappen aan deez' tranendal waarin boze machten mensen knechten. Ja, het zou wondermooi zijn als de algehele mensheid in furie zou ontbranden en haar pijlen zou richten naar deze (post)modeme tijd, die alles ondergeschikt maakt aan één groot spectakel die het geheugen van mensen uitwist en doet geloven dat het spectakel het enige ware is. Een tijd, die doet geloven dat technologie het enige natuurlijke is, dat het zo
natuurlijk is massaal gegevens te kunnen verwerken om... de wereld, de mens beheersbaar te maken.

Maar helaas, helaas, de mens is gefascineerd door het technisch vernuft, door het spectakel en gebiologeerd als hij erdoor is, laat hij na daarachter naar (al dan niet onderdrukkende) waarden te zoeken. Zo terecht merkt Wim Vandenbussche, in de lijn van Foucault, op dat het panopticon (een oorspronkelijk voor de disciplinering van gevangenen ontworpen architecturaal principe, waarbij de gevangenen permanent met de idee leven bekeken te worden) zich vanuit de gevangenis over de gehele maatschappij gespreid heeft: onder meer via de inrichtng van steden, waarbij verschillende maatschappelijke geledingen, ja individuele mensen, ruimtelijk van elkaar gescheiden worden en met de nieuwste technologieën visueel ook beter gecontroleerd kunnen worden. Meer nog, dat het amper nog iemand deert om via het spiedend camera-oog bekeken te worden, dat het panopticon 's mens moraal is geworden. Misschien kunnen we er zelfs bijdenken dat het nauwelijks iemand wat uitmaakt om gedisciplineerd te
worden, omdat er nu eenmaal weinigen zijn die van de geldende normen WILLEN afwijken. En zeker niet als men naast bekeken worden zelf ook nog wat mag kijken: naar flitsende beelden waarmee ze nu eens hun groepsgevoelens kunnen herbeleven met de wereldkampioenschappen voetbal; naar spectakulaire taferelen van ideologische groepjes die voor de rechten van den onderdrukten de straat opkomen en waarmee ze dan weer eens hun verzetsgevoelens kunnen afkoelen; naar pornografische beeldjes waarmee ze zo regelmatig eens de zinnen kunnen prikkelen en de lustgevoelens voor hun niet-meer-zo-echte genoten, althans voor even, kunnen doen opflakkeren.

Die voorhoeden van een nieuwe politieke moraal maken rare capriolen in deze aardse wereld, die erop uit lijkt te zijn de mens het ware leven te ontnemen om hem, in de plaats daarvan, flauwe afkooksels voor te schotelen, gedrochten die hem zijn vergeten gevoelens terug doen kopen. Ja, ja, ook die doorwinterde revolutionairen, die hun duidelijk omlijnd wereldbeeld zo graag tentoon stellen, zijn tot kijkobjecten verworden. En niet alleen voor de democratische beleidsmakers die hen daardoor zo gemakkelijk kunnen (samen)vatten, doch ook voor het aan het materiële verknochte vulgus. En in het beste geval strekken hun acties tot amusement voor het volk, maar in het slechtste geven ze het voor even een uitlaatklep om te morren en helpen ze het sussen.

En, nee, nee, ook de eenzame schreden van de onthechte enkeling zullen met het schrijden van de tijden nimmer naar een vrijer wereld leiden. Want zodra dat de enkeling zich even de rust gunt en, het hart luchtend, de wereld zijn boodschap verkondt, wordt van zijn vrijheidsdenken folklore gemaakt en dient de zonderling eveneens tot vermaak. En terwijl dat het volk naar surrogaten op het beeldscherm kijkt, laat het zich in zetels ketenen, zonder dat het zich nog verzet, zelfs niet van plaats tot plaats. En waarom zou het, want een afkooksel van elke denkbare wereld wordt toch in de huiskamer vertoond? Neen, voor de machtsorden is deze held ook geen gevaar.

Maar hoé hebben die consumptiemaatschappijen het leven toch zover kunnen overwoekeren? Is dat slechts te wijten aan wat de socioloog Pierre Bourdieu het algemeen geheugenverlies noemt: de herinnering aan de oorsprong van de warencirculatie die aan het zicht van de consument onttrokken is? Komt het door die uitschakeling van het geheugen dat de mens technologie als een 'natuurlijk' gegeven is gaan zien, zoals John Zerzan orakelt? Is het door dat alles dan zover kunnen komen dat een hypertechnologie nu bij geheugenloze mensen oprechte menselijke verlangens kan vervangen door een koude aaneenschakeling van beelden? Zou er ook geen ander gif zijn dat het menselijk brein binnendringt? Want als hij even bij de dingen stil zou staan, dan kan de 20ste Eeuwse mens weten dat het warenfetisjisme en de technologie niet in het luchtledige zweven, maar dat ze er al van in den beginne op gericht zijn mensen ondergeschikt te maken aan hen die de produktie- en consumptiemiddelen bezitten; zelfs kunnen sommigen weten dat de spectakelmaatschappij mensen onderdompelt in een overvloed aan direct genot, opdat ze blind zouden worden voor eeuwige waarden van verzet en zichzelf tot willoze marionetten zouden maken van de wereldlijke machten.

Maar zelfs al is dit door mensen geweten, denkt ge dat ze de zekerheid van de bevrediging van hun materiële verlangens zullen omruilen voor een onzeker, maar vrij weten, voor een vrij leven waarin directe bevredigingen verre van zeker zijn? Neen, zelfs de arbeid die ze zich moeten getroosten om hun luxe-artikelen, hun genotsmiddelen, te kunnen kopen nemen ze er gaarne bij. Want welke schrijver was het ook al weer die opmerkte: "gelukkig zijn is werken en niet denken"? En wat leent zich voor dat soort van geluk beter dan het streven naar het materiële, naar genot, want hoe meer ge dat streven tracht op te heffen met de aangeboden consumptiegoederen, hoe hongeriger ge daarnaar wordt. En het leven van de hongerige bestaat inderdaad uit het zoeken naar voedsel, zodat hem voor denken weinig plaats rest.

De mens wordt niet alleen geketend door de technologie en door het spectakel, hij WIL zichzelf niet ontketenen, omdat hij zich verhangen heeft aan het door de maatschappij geboden genot. En dezelfde gedachte, de mens die zijn ziel verkoopt aan een niet aflatend genotsbejag, is zo recht voor de raap (dat is zonder sublimatie naar andere aardse genietingen) geformuleerd door de lste Eeeuwse anonieme dichter van de Priapea. Zo laat hij (of zij?) de in-een-wijngaard-tronende en goedgeschapen vruchtbaarheidsgod, Priapus, tot de om zijn sexuele diensten vragende wulpse mannen en vrouwen, zeggen: "Praedictum tibi ne negare possis: si fur veneris, impudicus exis"?l Maar willen we vrij zijn van de drang het materiële te bezitten, van een door anderen opgelegde bepaaldheid, dan volstaat het niet ons af te wenden van de wereldse pracht en praal, van 's werelds opgedrongen plezier, dan hebben we ook...

Ach, van nostalgie is het hart vervuld en hoe schitteren dan niet die door Siebe Thissen beschreven 18° Eeuwse piratenutopia's, waarin muiters en piraten op afgelegen eilanden of in diep gelegen wouden alternatieve samenlevingen wilden ontwerpen. Doch, alreeds in de overtocht naar hun gedroomde eilanden overleefden slechts diegenen die zich in het overlopen en huichelen bekwaam toonden, terwijl de anderen al feestend en drinkend galg en rad tegemoet stevenden: zonder dat dit indruk op hen maakte? Ah, daardoor misschien, door hun aanvaarding van de dood, lieten die laatsten het huichelen na. Want wat anders doet hij die zich krampachtig aan het leven klampt dan huichelen met hen die veiligheid, status of rijkdom beloven? Ja, zij 'die dansten met de dood' konden vollevensvreugde het moment op-leven, terwijl de levensaanbidders slechts ernstig zaken bedisselden.

Ja, nu krijg ik het over de lippen: willen we 's werelds machten de rug toekeren dan biedt geen vlucht naar onbekende oorden soelaas, dan hebben we ook de dood te aanvaarden. Want dan pas verbleken de beloften van geniepige strevers naar betere werelden, dan pas oogt het goud in onze handen asgrauw, dan pas blijkt elk machtsstreven wat gekuch in de stormen des tijds, dan pas kunnen we zonder dralen het waardenloze achter ons laten en het nog levende recht in de ogen kijken. Maar zie de (hedendaagse?) mens de dood ontvluchten; door een niet aflatend streven, door zichzelf in de genotzucht te verliezen, door onophoudelijk te arbeiden, door zijn hoofd vol te proppen met gewenste luxe en zijn huis met tastbare, door zichzelf nooit de kans te geven om te denken. Ja, zie hem toch van de dood vluchten en angstvallig naar en naast het leven grijpen, terwijl toch:...'dat leven één geloop is naar de dood' (Dante)?
En als we hiermee in het achterhoofd opnieuw door onze (post)modeme tijden dwalen dan schokt ons het verband dat Peter Lamborn Wilson legt Lussen religie en technologie. Een technologie die louter kan bestaan omdat er een stuk bewustzijn aan het lichaam onttrokken wordt. Want "dan is er ook nog de cyberspace, het concept van het virtuele. Cyberspace is paradoxaal genoeg een parodie op de hemel. Het is een plaats waar het lichaam niet sterft en de dood overwonnen wordt. Er bestaat zelfs een opvatting van cyberspace als ware zij 'us verlosser', die ons zal bevrijden van onze ruwe, rottende lichamen vol uitwerpselen, en ons zal doen opstijgen in een engelachtige sfeer van pure data, waar informatie wordt gedownload en de onsterfelijkheid zegeviert. William Gibson illustreerde dit mooi met de hacker die zich letterlijk in zijn computer opgesloten ziet. Zijn lichaam rot geleidelijk weg, maar de cyberpersoon wordt onsterfelijk. Ons wordt transcendentie beloofd via techno-bemiddeling, een gevaarlijke gnostische drogredenering."

Maar hoe gevaarlijk die redenering ook moge zijn, toch valt te vrezen dat wij met Mephistopheles zullen mogen blijven zingen:

Van zonne' en werelden kan 'k niets vertellen,
ik zie alleen, hoe zich de mensen kwellen.
De kleine God op aard blijft steeds van 't zelfde slag,
en is zo wonderlijk als op de eerste dag.

Hij zou een weinig beter leven,
Hadt Gij hem niet de schijn van 't hemellicht gegeven;
Hij noemt het rede en neemt die schijn,
Om dierlijker dan ieder dier te zijn.

Natuurlijk, zal de mens die over zoveel heersen wil, over leven en dood, die zoveel bezitten wil, vrijheid nooit smaken. Maar misschien, misschien, toont de verbeelding hem ooit naar vrijheid de weg. Want wie van haar proeft kan het bezitten alvast laten varen. Juist omdat de verbeelding zich achter het niet-willen verschanst. En toch zullen er weinigen zijn als één van die inspirators van het Dadaïsme, Serner, wiens leven een aaneenschakeling van metamorfosen bleek: opdat geen vaste identiteit hem slaaf van de ander en van zichzelf zou maken; opdat hij zonder te bezitten of bezeten te worden de macht aan de verbeelding zou kunnen overdragen; opdat hij genoeg aan zichzelf zou hebben.

Want kijk maar: hoe een minnaar liever zijn liefde prijsgeeft aan het zeker bezit van de beminde, dan dat hij haar vrij kan laten omdat hij zijn liefde vooral in het vrij verbeelden levend kan houden; hoe de wetenschapper liever actuele en gebruiksklare data vergaart omdat ze hem een zekere eer en rijkdom verschaffen, dan dat hij zijn geest vrij laat dwalen doorheen de waarden uit het verre verleden. Waarden die hij dan vrij in beklijvend hedendaagse beelden kan verbeelden; hoe de wereldverbeteraar zich liever vastketent aan versteende ideologieën omdat ze hem een zeker idee van verandering van de mensheid geven, dan dat hij rechtstreeks dat onzekere contact met andere mensen aangaat. Want waarachtige contact duldt geen doel, maar hult zich enkel in vrije beelden; hoe we liever zuchtend en kreunend naar de onsterfelijkheid streven, dan dat we dit onzekere leven elke minuut vrolijk opleven. Ja, mocht de verbeelding toch haar plaats krijgen, als een morgenster zou het leven in de plots ontluikende dageraad openbloeienen en de egaal groene velden met gouden kleuren tooien. Doch, zo snel laten we het leven verdorren, omdat we het blijvend willen vatten. Maar misschien kan de mens ook het leven niet verdragen.

Oh, zo graag had ik hier geëindigd, maar zo zult gij u waarschijnlijk afvragen: waar blijft toch die bespreking van MBA-Kajere? Ach, vergeve wie vergeven kan, maar na lezing ervan begon het in mijn hoofd zodanig te razen dat mijn hand onmachtig werd het 'objectief' en samenvattend te bespreken. Doch, hierin ben ik gerust: MBA-Kajere was in bovenstaand schrijfsel het immer draaiend spinrokken, waarrond ik mijn eigen verhaal gesponnen heb. En bevat een bespreking minder waarde omdat ge na een tijd het spinrokken niet meer ziet, maar nog slechts de zich errond wikkelende wol? Verschillende artikels heb ik in bovenstaande niet verwerkt, niet omdat ze van minder waarde waren, maar omdat ik meer energie en moed ontbeerde en ook, maar dat is lelijk, omdat ze niet onmiddellijk in mijn verhaal pasten. Maar waarom zoudt ge u niet laten verleiden MBA-Kajere zelf te lezen om zo uw eigen verhaal te weven? Ja, goed, goed, ik weet ook wel dat mensen zich vlug laten verleiden omdat ze zo graag bedrogen worden. Doch, wie met dubbelheden kan leven, kan zich gerust door dit tijdschrift van tegenstellingen laten verleiden, want tegenstellingen kunnen geen bedrog leveren: het antwoord is het enige dat ze schuldig blijven.


info@siebethissen.net   - - -