| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1997 Recensie Wijsbegeerte van het fin de siecle NRC.pdf | 10.08.2004 | 69kB | - |
OPWINDING IN HET FIN-DE-SIECLE
Recensie van Henri Krop & Siebe Thissen, De wijsbegeerte van het fin de siecle (Rotterdamse Filosofische Studies, deel XX, Rotterdam 1996, 240 blz.). Door Ger Groot in het NRC-Handelsblad 3-1-1997.
In zijn Miljoenenstudiën Beschrijft Multatuli hoe hij in Duitsland wordt
opgepakt omdat hij zijn hotelrekening niet kan betalen, en per trein naar
Nederland wordt teruggestuurd. Onderweg doet een mede-reizigster hem een
idee aan de
hand om geld te verdienen aan plaatskaartjes. Multatuli herkenthaar: 'FANCY!'
Zij antwoordt: 'Hum! Mijn eigenlyke naam is LOGOS. Schryf!' En dan schrijft
Multatuli meer dan honderd brieven aan ministers en tijdschriften, met het
idee de achterkant van treinkaartjes te gebruiken voor reclamedoeleinden.
Dat idee zal pas honderd Jaar later op de strippenkaart in
praktijk worden gebracht, maar om Multatuli’s visionaire gaven is het Ronald van Raak,
die deze episode oprakelt, niet te doen. Hij haalt de herinnering daaraam boven
in zijn bijdrage aan de de zojuist verschenen bundel De wijsbegeerte van het
fin de siècle, die het Nederlands filosofisch landschap van het laatste
kwart van de negentiende eeuw (en het beginvan de twintigste) verkent.
Interessant is deze scène volgens Van Raak vooral omdat Multatuli
daarin zijn filosofisch credo laat doorschemeren. Verbeeldingskracht en logica
kunne niet zonder elkaar, meende hij. Fancy is die verbeeldingskracht, die
Multatuli graag projecteerde in de talrijke vrouwen op wie hij in zijn leven
verliefd werd. De poetische gestemdheid legde volgens hem de weg open naar
het ware inzicht in de werkelijkheid. Maar het was de logos dat inzicht gaf,
niet alleen het gevoel. Zoveel eerbied voor de exacte wetenschap had Multatuli
wel.
Van Raak laat in zijn originele artikel zien hoe ernstig MultatuIi in debat was met de denkers van zijn tijd en vooral met die van een generatie eerder, zoals de materialist Moleschott (Ohne Phosphor keine Gedanken) en de empirist Opzoomer, die de rede tenslotte geheel herleidde tot het gevoel. Die ernst voorkwam niet dat Multatuli's denkbeelden nogal warrig bleven (ook Van Raaks artikel ontsnapt daar niet aan) en filosofisch geen enkel gewicht in de schaal hebben gelegd. Dat gold voor wel meer peinzende schrijvers uit die tijd. Het hele filosofische systeem van Albert Verwey past op de achterkant van een sigarendoosje, schrijft J. van Halsema in een andere bijdrage. Maar interessant is minder de vraag welke wijsgerige gedachten in literaire kring werden ontwikkeld dan het feit dat deze schrijvers aan filosofische bespiegelingen behoefte hadden.
Zij waren daarin zeker niet de enigen. Het fin-de-siècle laat een bloei
van buitenacademische belangstelling voor de filosofie zien die onwillekeurig
aan de huidige tijd doet denken. Net als nu was die belangstelling vooral bespiegelend
van aard, met stevige uitlopers naar allerlei vormen van occultisme en obscurantisme.
Het hooggestemde geloof in de zegeningen van de wetenschap begon plaats te
maken voor onlustgevoelens over de 'verkilde' samenleving en cultuur. Wie het
moesten ontgelden waren de 'stofjesmannen' van de voorafgaande generaties,
maar ook een figuur als de sterrenkundige en socialist Anton Pannekoek, die
door Bierens de Haan, de voornaamste woordvoerder van de nietacademische 'wijsgerige
beweging', van plat materialisme beschuldigd werd. Ten onrechte, zo laat Siebe
Thissen in deze bundel zien. In zijn discussie met Pannekoek bestreed Bierens
de Haan voornamelijk schimmen uit het verleden. Van het simpele materialisme
was ook de natuurwetenschap in het fin-de-siècle al lang bekeerd en
de strijd had dan ook eerder een ideologisch dan een wetenschappelijk karakter.
Die ideologie woog vooral zwaar bij idealisten als Birens de Haan, die zich
volgens een opmerking van de natuurkundige Van der Waals kennelijk door een
'positivistische secte' vervolgd waanden.
Toch is de rol van Bierens de Haan in het Nederlandse wijsgerige leven van die tijd aanzienlijk geweest. In 1907 richtte hij het Tijdschrift voor wijsbegeerte op, het eerste nieuwe filosofische tijdschrift dat sinds meer dan honderd jaar van de persen kwam. Het wilde een 'cultuurblad' en geen vakblad zijn, al is het dat in zijn huidige gestalte, het Algemeen Nederlands tijdschrift voor wijsbegeerte (ANTW) wel geworden. De filosofische anti-materialisten naar wie binnen en buiten,de universiteit hoopvol werd opgezien, wilden geen wetenschappelijke filosofie maar een levensleer. Deze moest het ontwortelde bestaan en de op drift geraakte samenleving opnieuw richting geven, nu de godsdienst daartoe steeds minder in staat bleek.
Hét filosöfisch idealisme had rond de eeuwwisseling niet alleen in Nederland de wind in de zeilen. Op het hele Europese continent, maar ook in Engeland en Amerika, vormde het ron 1900 verreweg de sterkste, bestgeorganiseerde en meest veelbelovende school. Dat laatste was niet zo verwonderlijk. Het streven van het idealisme naar een filosofische theorie-van-alles maakte het bij uitstek geschikt voor de heilsrol van een nieuwe levensleer. Die belofte heeft het jammerlijk verraden, vooral toen de ltaliaanse vooraanstaande filosoof Giovanni Gentile zich in de jaren twintig had opgeworpen als de ideoloog van het fascisme.
In Nederland was Bolland de allesoverheersende filiaalhouder van het idealisme. Niet dat het tussen hem en de toonaangevende Italianen erg boterde. Hij was, volgens een latere opmerking van Benedetto Croce, iets teveel 'een hegeliaan van de strikte observantie' en hun correspondentie stokte dan ook al snel. Dat weerhield Bolland er niet van ook zijn filosofie op het eind van zijn leven te compromitteren. In 192l hield hij zijn beruchte rede, 'De teekenen des tijds', waarin een virulent antisemitismse doorbrak dat onderhuids al heel lang in zijn werk aanwezig was.
Willem Otterspeer heeft de figuur van Bolland in zijn vorig jaar verschenen biografie beeldend geportretteerd. Filosofisch stilde deze biografie de honger van de lezer echter niet, en in dat opzicht vormt de nu verschenen bundel een goede aanvulling. Vooral de polemiek tussen Bolland en de in Groningen docerende filosoof en psycholoog Heymans wordt door Gerlof Verwey op een interessante manier belicht. Heymans wilde een 'experimentele filosofie' en dat bracht hem onvermijdelijk in aanvaring met Bollands speculatieve hegelianisme. Dat was niet alleen een kwestie van filosofische uitgangspunten. Ook Heymans beoogde met zijn ogenschijnlijk zo wetenschappelijke filosofie uiteindelijk het heil van de mensheid.
De discussie tussen beiden was fel, al bleef ze beleefd. Maar, anders dan Otterspeer suggereert, lagen het gelijk en de wellevendheid niet zonder meer aan Heymans' kant. ln zijn naturalistische psychologie hield Heymans vast aan opvattingen die filosofisch op dat moment al achterhaald waren. In zijn kritiek legde Bolland de vinger wel degelijk op de zere plek, maar Heymans ging een serieuze discussie lang uit de weg. Zijn ongelijk erkende hij pas tegenover de Duitse fenomenoloog Husserl, voor wie hij - anders dan voor Bolland - grote achting had. Bolland heeft het niet meer mogen meemaken. Hij was enkele jaren daarvoor gestorven.
Het fin-de-siècle staat in de Nederlandse filosofiegeschiedenis niet bekend als een bijzonder opwindende periode. Dat misverstand wordt door deze bundel op overtuigende wijze uit de weg geruimd. Het tijdsbeeld blijft weliswaar nogal fragmentarisch en chaotisch, maar daar waren het de jaren ook naar.
Opvallend is naast alle overeenkomsten met het huidige filosofische klimaat, dat er in het fin-de siècle maar weinig sprake was van pessimisme. De cultuur mocht dan in een crisis verkeren en door Bolland van onheilspellende kenmerken worden voorzien, de algemene teneur was eerder verwachtingsvol en gedreven. "De waarheid, met al haar eenvoud, is hartelyk, kleurrijk en beeldryk. De leugen is rechtlynig, afgepast en dor", schreef Multatuli in zijn Ideeen. Men was nog lang niet postmodern.
| info@siebethissen.net | - | - | - |