Index of /Interviews en Reviews/Reviews/2000 Recensie Chaos ex Machina De As

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2000 Recensie Chaos ex Machina De As.pdf   10.08.2004 65kB -

2000

GUATTARI'S UNIVERSUM

Recensie van Henk Oosterling & Siebe Thissen (red.), Chaos ex Machina. Het ecosofische werk van Felix Guattari op de kaart gezet (CFK/EUR Rotterdam 1998). Door Andre Bons in De As #129 (2000).


Ooit was Frankrijk het land van de Verlichting, het Rationalisme en de Revolutie, nu is het de geboortegrond en het thuisland van het postmodernisme. Vanuit het Franse taalgebied zijn de afgelopen decennia de belangrijkste bijdragen geleverd aan het nieuwe paradigma in de filosofie. Hoe staat het postmodernisme er tegenwoordig voor? Een nuchtere beschouwing leert dat het vooralsnog een bescheiden aanhang en een tamelijk geringe impact heeft, niet alleen in de sociale wetenschappen maar eigenlijk ook in de (massa)cultuur als geheel. Een filosoof als FoucauIt heeft zeker grote invloed op de sociale wetenschappen, maar hij lijkt toch een uitzondering: het is beslist een kleine minderheid van de beoefenaren die zich voluit tot het postmodernisme heeft bekend en zich als vanzelfsprekend bedient van het begrippenapparaat of de onderzoeksmethoden van het nieuwe paradigma. Het nieuwe denken is tot nu toe vooral iets voor een beperkt aantal, zij het spraakmakende, filosofen, kunstenaars en architecten. Met name deze groepen blijken zich thuis te voelen bij de vernieuwingen die het postmoderne denken heeft gebracht. Zij weten blijkbaar wel raad met de vreemde, wat cryptische terminologie, selectief ontleend aan theorieën op uiteenlopende gebieden en praktijken als die van de mechanica, de biologie en de psychoanalyse. Het jargon is charmant voor wie er om welke reden dan ook gevoelig voor blijkt te zijn, maar het draagt er mede toe bij dat de nieuwe filosofie niet gemakkelijk begrepen kan worden. Dan deed Spinoza, vaak genoemd als éên van de belangrijke inspiratiebronnen voor het postmodernisme, het toch heel wat beter.

Modernisten en postmodernisten gedragen zich een beetje als gebrouilleerde buren die niet meer de moeite nemen hun geschillen uit te vechten. Als er al wordt gedebatteerd tussen aanhangers van beide groepen, dan blijft het bij verwijten over en weer. Gezien vanuit het modernisme is het differentiedenken op zijn best een mengsel van soms terechte kritiek op onderdelen van de oude filosofie, aangevuld met een verwarrende veelvormigheid van concepten, ideeën en beweringen en verwoord in een onbegrijpelijke taal. De postmodernisten van hun kant hebben het modernisme in zichzelf overwonnen, ze willen niet terug en ze kunnen niet terug. Blijkbaar ben je of een modernist óf een postmodernist en zijn er geen tussenwegen. Alleen daarom al is het goed dat er boeken verschijnen als Chaos ex machina. Het stelt zich de opdracht de bruikbaarheid te demonstreren van het denken van Fêlix Guattari. Samen met Gilles Deleuze - met wie hij een hecht en productief auteursduo vormde - en met Lyotard is de filosoof en psychoanalyticus Guattari een van de bekende namen in het pantheon van het nieuwe denken. Zijn werk is nauwelijks in het Nederlands vertaald. Deze uitgave is daarom van belang. Mogelijk kan het de toch gesloten en ontoegankelijke oorspronkelijke Franse teksten van Guattari inleiden.

Het fraai en origineel uitgevoerde Chaos ex machina is de eerste uitgave van het CFK, het Centrum voor Filosofie en Kunst van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Het CFK is een werkverband dat sinds 1992 bestaat. Het wil op systematische wijze de raakvlakken verkennen tussen filosofie en kunst en als interdisciplinair platform ook de politieke dimensie van de maatschappelijke werkelijkheid onderzoeken. In een recent project onder de titel 'intermedialiteit' onderzoekt het CFK 'de diffuse velden tussen filosofie, kunst en politiek'. Deze drie aspecten komen ook in Chaos ex Machina aan de orde. De auteurs hebben vier doelen: ze willen het postmoderne denken van Félix Guattari uiteenzetten, het beoordelen op zijn wetenschappelijke merites, ze nemen zich voor met behulp van elementen uit het werk enkele hedendaagse sociale problemen te analyseren en ze willen verbanden leggen tussen de teksten van de Franse filosoof en ontwikkelingen in literatuur, film en nieuwe media. Een pretentieuze agenda voor een niet eens geweldig omvangrijke uitgave.

Met name het eerste doel wordt helaas niet bereikt. Wie het boek gaat lezen zonder te beschikken over veel voorkennis ontdekt al snel dat van een toegankelijke, heldere en systematische inleiding op het denken van Guattari geen sprake is. Sommige hoofdstukken zijn moeilijk leesbaar. Amoud Zwakhals bijvoorbeeld, die "niet gelooft in vorming, het bestaan van een doel of een bestemming", zoals de persoonsinfo achterin het boek laat weten, verliest in zijn openingsartikel over subjectiviteit bij Guattari de lezer volledig uit het oog. Misschien vat hij diens ideeën wel op heel briljante en erudiete ijze samen, wie zal het zeggen? Het zou aan het thema van de subjectiviteit kunnen liggen, ware het niet dat Marc Schuilenburg in ander artikel vanuit een juridische inalshoek over ditzelfde thema wel goed leesaar heeft geschreven. En ook anderen slagen er veel beter in duidelijk te maken wat er zo fascinerend is aan de ideeën van Guattari, zoals bijvoorbeeld in de bijdrage an Piet Molendijk over 'politieke affectiviteit'. Juist door de voortdurende verwijzingen naar actuele Nederlandse politieke debatten en gebeurtenissen en door consequent theorie en praktijk op elkaar te betreken, wordt daar wèl iets van de pretentie an het boek waargemaakt.

Het is nooit gemakkelijk de waarde van een filosofisch oeuvre voor de wetenschappelijke praktijk vast te stellen. De vraag naar definieve oordelen is trouwens heel onpostmodernistisch. Laten we zeggen dat de auteurs weinig twijfel hebben over de wetenschapelijke potentie van Guattari's werk. Ze slagen er echter niet altijd in met overtuigende argumenten te komen. Opvallend is de bijrage van Wim van Binsbergen in dit opicht: hij is zeer kritisch ten aanzien van de manier waarop Guattari antropologische noties heeft overgenomen, maar anderzijds vol lof over de mogelijke inspiratie voor beoefeing van antropologie die van Guattari uitgaat. Chaos ex machina bevat veel materiaal aan de hand waarvan een oordeel kan worden geveld over de geschiktheid van Guattari's werk als invalshoek op bijvoorbeeld het minderhedenvraagstuk en de ideologie van de arbeid.

Dat vanuit diens werk op vruchtare manier naar een verschijnsel als slack - een verzamelnaam voor sabotage, werk weigering en dergelijke - kan worden gekeken, toont bijvoorbeeld het artikel van Siebe Thissen aan. Toch blijft het de vraag of Guattari's esotherische terminologie ook buiten de muren van de filosofische faculteit ingang zal kunnen vinden - niet voor niets spreken de redacteuren zelf van een 'hermetisch denen' en van 'onnavolgbaar taalgebruik'. Het
oude sociologische en politiek-filosofische begrippenapparaat maakt op mij in vergelijking daarmee soms een verrassend heldere, krachtige en bij nader inzien allerminst verouderde indruk.

Ondanks de tekortkomingen van het boek zal ook de lezer met reserves, wanneer hij het boek niet voortijdig aan de kant legt, op een zeker moment gegrepen worden door de originaliteit en de kracht van Guattari, die zelfs in de minder toegankelijke bijdragen naar voren komt. Maar als de exegeten van deze postmoderne filosoof al zo worstelen met de oorspronkelijke formuleringen, hoe kan de geïnteresseerde leek er dan ooit aan beginnen? Als inleiding op het denken van Guattari maakt het boek benieuwd naar de Franse teksten, maar schrikt het tegelijkertijd af. Zelfs in de stukken die de geest van Guattari waarschijnlijk het best weergeven, zoals de beschouwingen over literatuur, film en nieuwe media, blijft Chaos ex machina een werkboek dat, om de woorden van Henk Oosterling te verdraaien, een 'welwillend kritische' lezer nodig heeft.


info@siebethissen.net   - - -