Index of /Interviews en Reviews/Reviews/2000 Recensie Spinozisten De As

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2000 Recensie Spinozisten De As.pdf   03.02.2004 62kB -

2000

'SPINOZISTEN'

Door Cees Bronsveld in De As (#132, najaar 2000)

Boekbespreking van Siebe Thissen, De spinozisten. Wijsgerige beweging in Nederland (1850-1907), SDU Den Haag, 322 pp., f39,90.


" Proef de proefschriften, neem de tijd voor de tijdschriften", schreef socioloog Kees Schuijt een tijdje terug in het jubilerende tijdschrift Mens en Maatschappij, in een artikel dat nadrukkelijk een aanbeveling vóór het lezen van tijdschriften wilde zijn. Maar zou hij daarmee ook bedoeld hebben dat je proefschriften als regel vooral helemaal niet, en zeker niet helemaal, moet lezen? Wij kunnen er slechts naar raden maar houden het er op dat Schuijt ook deze gevolgtrekking uit zijn woorden voor zijn rekening zou willen nemen. Al was het maar, wat mij betreft, omdat Schuijt daarmee aansluit bij de visie in deze van 'mijn held', de Amerikaanse socioloog William I. Thomas. Deze Thomas was namelijk van mening was dat je boeken vooral niet van kaft tot kaft moet gaan zitten lezen, maar dient te "inspecteren". En tja, dat lijkt mij zeker als het gaat over het modale Nederlandse proefschrift in de 'geesteswetenschappen', een uitermate verstandige aanbeveling.

AS-medewerker en filosoof/historicus Siebe Thissen schreef gelukkig - je voelde hem waarschijnlijk al aankomen - een bijzonder prettig leesbaar proefschrift. 'Zelfs' opponent Schuijt liet tijdens de promotieplechtigheid in het Rotterdamse weten het proefschrift met plezier gelezen te hebben! Niks 'proeven' of: 'inspecteren' dus, hier kan gelezen worden!

Thissen behandelt in zijn fraai uitgegeven (en desalniettemin betaalbare!) boek, wat hij noemt, "een wijsgerige beweging", en wel die der Nederlandse spinozisten - 19e-eeuwse bewonderaars van Benedictus de Spinoza (1632-1677) dus. Terwijl de belangstelling voor Spinoza en zijn werk aan de wijsgerige universitaire instituten pas na de grote Spinoza-herdenking van 1877 serieuze vormen begon aan te nemen, blijken er al veel eerder in de 19e eeuw, met name in de periode na ca. 1850, allerlei clubjes mensen met Spinoza in de weer te zijn geweest: theologen, vrijdenkers, dichters, vrijmetselaars en wat niet al. Literator Carel Vosmaer bekende zelfs te lijden aan een heuse "spinozakoorts"! Dat bijvoorbeeld Johannes van Vloten al in 1862 de eerste studie over Spinoza schreef en dat in 1880 in Den Haag zowaar een standbeeld van de radicale 'politieke' filosoof onthuld zou worden, Thissen weet dit soort 'spinozistische hoogtepunten' op even fraaie als overtuigende wijze in de tijd te plaatsen.

Zo komen wij ook 'werkman-filosoof'' Bernard Damme tegen, wiens Spinoza-boekje uit 1908 door Thissen in 1992 opnieuw werd uitgegeven (Cagliostro, Rotterdam) en, uiteraard, ook Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Interessant is hier zijn uiteenzetting van de spanning die er bestond tussen het spinozistische streven naar persoonlijke verlichting enerzijds en het collectivisme van de opkomende arbeidersbeweging anderzijds.

Thissen's grootste verdienste is mijns inziens dat hij vat gekregen heeft op de (niet-wijsgerige!) sociaal-culturele functies van die 19e eeuwse spinozistische clubjes en bewegingen. Een van de eerste functies was het opvullen van het levensbeschouwelijke gat dat de toenemende ontkerkelijking geslagen had. Het monistische spinozisme was aldus voor vele schrijvers en strevers een heilsleer - met alle quasi-religieuze trekken van dien, zou ik zeggen - zoals dat ook bij de hegelarij van Bolland en zijn 'volgelingen in Hegel' het geval was. Later - na 1880 - is er vooral een antisciëntistisch moment in het spinozistisch streven aan te wijzen. De zoektocht naar authentieke, niet-gemediatiseerde levenspraktijken daarentegen is een blijvend kenmerk. En daarmee hebben we 'onmiddellijk' ook, vermoed ik, de drijfveer van Thissen, om juist buiten academia op zoek te zijn gegaan voor een promotieonderzoek, te pakken. Geen wonder dus dat behalve Siebe's held William cut-up Burroughs, ook Hakim immediatism Bey een plaatsje vond in zijn literatuuropgave.

Of Thissen's visies stand zullen houden valt uiteraard niet te voorspellen - door mij als relatieve leek in deze, al helemaal niet. Dat er meer onderzoek zal volgen, geïnspireerd op Thissen's vertoog daarentegen natuurlijk wel. De wetenschappelijke waarde van Thissen's studie kan dan ook nauwelijks overschat worden. Hij legde ogenschijnlijk moeiteloos, en in ieder geval zonder veel opsmuk, een heel nieuw veld van onderzoek bloot.


info@siebethissen.net   - - -