| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2003 Kroniek van een niet gerealiseerd kunstwerk.pdf | 24.01.2004 | 66kB | - |
KRONIEK VAN EEN NIET GEREALISEERD KUNSTWERK
Job Koelewijn en het Giessenplein in Rotterdam
Als Job Koelewijn wordt gevraagd een schetsontwerp te maken voor een kunstwerk op het Giessenplein in Rotterdam, een groot verkeersplein op de A20 tussen industriegebied Spaanse Polder en Schiedam, heeft de discussie over ‘snelwegkunst’ al voor politieke beroering in de Maasstad gezorgd. Met het oog op Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001, pleitte de toenmalige wethouder voor cultuur, Hans Kombrink, voor een serie markante kunstwerken langs de ‘Ruit van Rotterdam’. Met de ‘Ruit’ wordt de ruitvormige ringweg om Rotterdam bedoeld: in het noorden begrensd door de A20, in het zuiden door de A15, in het oosten de A16 en in het westen de A4. Grote kunstwerken, opgesteld bij verkeerspleinen en invalswegen, zouden de grauwe anonimiteit en uniformiteit van de snelweg moeten doorbreken. Als logo’s of markeringen, zo luidde de overtuiging, kunnen deze openbare kunstwerken de aan de Ruit gelegen stadsdelen van een gezicht voorzien. Zo zou een bezoeker van Charlois zich niet langer op ingewikkelde coördinaten hoeven te verlaten, maar kan hij zijn auto direct langs de ‘pimpelpaarse theepot’ of de ‘knalgele olifant’ in de richting van Charlois sturen. Het idee had een drieledig doel: het bevorderen van kunst in de openbare ruimte; het opladen van een anonieme openbare ruimte met identiteit; en het markeren van cruciale knooppunten in de Ruit van Rotterdam. De werktitel van dit ambitieuze project – ‘Stadspoorten’ – was natuurlijk ontleend aan de stad Groningen, waar een decennium eerder een soortgelijk project werd gerealiseerd.
Voor financiering van de ‘Stadspoorten’ werd gehoopt op inkomsten uit reclamezuilen en megabillboards langs de snelwegen. Het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam (CBK) werd vervolgens gevraagd adviezen en voorstellen te formuleren, zodat het project snel op de rails kon worden gezet. In een eerste reactie toonde het CBK zich niet gelukkig met de term ‘Stadspoorten’, omdat dit een preïndustrieel beeld oproept, dat geen recht doet aan de wijze waarop de 21ste eeuwse stad een knooppunt vormt in een netwerk van locale en globale informatie en verkeersstromen. Ook doemde het schrikbeeld van statische ‘rotondekunst’ op. Ter voorbereiding van het advies kreeg Bureau Schie 2.0 de opdracht een analyse te maken van de Ruit van Rotterdam en handreikingen te bieden voor de kunst. Schie 2.0 maakte een prachtige videodocumentaire over de Ruit. Zo bleek de ringweg veel minder grauw, eenvormig en anoniem dan werd verondersteld en was er geen sprake van een gebrek aan markeringen en herkenningstekens. Ook de gebruikers van de Ruit vormen geen passieve, aan files overgeleverde transitopopulatie, maar eerder een gedifferentieerde gemeenschap, waarin tankstations, wegrestaurants en parkeerplaatsen tal van sociale en culturele functies vervullen. Commissielid Ronald van Tienhoven concludeerde: “Rafelrand, randeffect, restbiotoop, residu…de buitengewesten schuren langs de stadsrand, terwijl de stad zich hortend en stotend uitbreidt. […] De reclame-uitingen vormen interessant referentiemateriaal: juist tot de commerciële beeldcultuur moet beeldende kunst of vormgeving zich in het publieke domein zien te verhouden. Het gaat hierbij niet om een vorm van competitie, maar om een samenspel: wat vermag beeldende kunst of vormgeving temidden van de visuele ambivalentie of commerciële overkill van de Rotterdamse Ruit? […] Een ode aan de Ruit wil zeggen een ode aan snelheid en veranderlijkheid, maar bovenal aan de verschijningsvorm van een stedelijk gebied dat als het ware ad hoc is ontstaan.”
In september 2000 viel het ambitieuze ‘Stadspoorten’-project in duigen. Met 23 tegen 17 stemmen floot de gemeenteraad wethouder Kombrink terug, omdat hij verzuimd had het ‘reclamedebat’ af te wachten en alvast een voorschot had genomen op de financiering van kunstwerken uit de opbrengsten van reclamezuilen. “Opstandige raad wil geen koppeling kunst en reclame”, zo kopte het Rotterdams Dagblad (22-09-2000).
Daarmee was het dossier voor het CBK echter nog niet gesloten. Een van de
aangemerkte locaties, het Giessenplein, was weliswaar betrokken bij de Stadspoorten,
maar beschikte in het kader van de herinrichting van het plein over een autonoom
kunstbudget. Waarom zou het advies van Schie 2.0 en Ronald van Tienhoven niet
kunnen worden overgenomen? In dat kader kreeg Job Koelewijn de opdracht een
kunstwerk voor deze plek te ontwerpen.
Indachtig bovenstaand advies (“een ode aan veranderlijkheid en snelheid,
maar bovenal aan de verschijningsvorm van een stedelijk gebied dat als het
ware ad hoc is ontstaan”), ontwierp Koelewijn een opvallende en kleurrijke
tribune. Een halve cirkel, tachtig meter lang, voorzien van acht lagen met
gele stoeltjes, gedragen door zuilen die de tribune opheffen langs de randen
van het verkeersplein. Een prachtige tribune als ode aan de permanente transformaties
van de ‘rafelranden’ en ‘restbiotopen’ die de Ruit
van Rotterdam kenmerken. De ambitie van het werk, alsmede de ingrijpende
gevolgen voor fundering en plaatsing van de tribune, trokken een zware wissel
op het beschikbare budget dat ruimschoots werd overschreden. Bovendien waren
de kunstenaar en het CBK van mening dat zo’n tribune ook daadwerkelijk
in gebruik zou moeten genomen. Dit uitgangspunt bracht echter grote bezwaren
met zich mee: toegankelijkheid, veiligheid en parkeergelegenheid passeerden
alle de revue. Op deze discussie volgde een aantal compromisvoorstellen,
dat een steeds verdergaande uitkleding en nivellering van het aanvankelijke
ontwerp tot gevolg had. Uiteindelijk bleef er een ‘kunstwerk’ over
dat weliswaar alle kenmerken van een tribune had, maar nooit in gebruik zou
kunnen worden genomen. Bovendien overschreed ook deze uitgeklede variant
het beschikbare budget in ruime mate.
Deze perikelen noopten het CBK tot een negatief advies. Niet louter uit budgettaire overwegingen, maar ook uit inhoudelijke. Indien er onvoldoende draagvlak kan worden gevonden voor een tribune die daadwerkelijk kan worden bevolkt, die daadwerkelijk fungeert als een gemeenplaats voor entertainment en vermaak, die, met andere woorden, toeschouwers van de Ruit daadwerkelijk laat reflecteren op de veranderlijkheid van een stedelijk gebied, dan verliest het werk aanzienlijk aan betekenis. Indien het publiek niet kan participeren in het kunstwerk, maar er louter vanuit de auto mee wordt geconfronteerd, verwordt de tribune al ras tot ‘rotondekunst’: “Look, but don’t touch”. In een stad als Rotterdam, met drie drukbezochte voetbalstadions in het stadscentrum, is de tribune veel meer dan een statisch object en verdient ze het in bezit te worden genomen door de gebruikers van de Ruit van Rotterdam. Juist omdat het zo typisch Rotterdams is en bovendien de eigentijdse stedelijke thematiek in dit kunstwerk zo boeiend aan de orde wordt gesteld, is het realiseren van de tribune een nieuwe overweging waard.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |