Index of /Marginalia/1986 El jefe del fascio

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1986 El jefe del fascio.pdf   10.08.2004 78kB -

1986

'EL JEFE DEL FASCIO EN HOLLANDA'
ARNOLD MEIJER EN DE SPAANSE BURGEROORLOG

Vijftig jaar geleden begon de Spaanse burgeroorlog en revolutie. Een opstand van reactionaire militairen stuitte op een hevig volksverzet. Enerzijds groeide dit verzet uit tot een sociale revolutie en anderzijds tot een bloedige burgeroorlog. Oude wapens beheersten deze armoedzaaiersoorlog en militaire steun kwam er voor de opstandelingen van Hitler en Mussolini. De wettige en republikeinse en socialistische regering kreeg vooralsnog geen internationale steun doordat de Europese staten liever voor non-interventie kozen: men hoopte dat Spanje slechts een onbeduidend incident zou blijven. Aan Oisterwijk ging de oorlog niet stilletjes voorbij: Zwart Front, vooral bij monde van Arnold Meijer, zag in Spanje haar fascistische idealen door Franco in praktijk gebracht. In het najaar van 1937 trok Meijer zélf naar Spanje om een bezoek te brengen aan het bezette gebied. Deze reis resulteerde in het boekje Vier weken Spanje dat in Oisterwijk begin 1938 werd uitgegeven.

Toen de oorlog woedde was de Spaanse fascistische Falange-partij al lang niet echt fascistisch meer. Francisco Franco duldde als 'caudillo' geen onenigheid in het politieke spel en dwong de Falange tot fusie met andere conservatieve groepen zoals de Carlisten. Andere partijen werden verboden. Zo kon de Falange nu volstromen met lieden die geen wezenlijke affiniteit met de oorspronkelijke ideologie meer hadden. Naast traditioneelfascistische groepen als bankiers en grootgrondbezitters traden nu ook boeren, middenstanders, arbeiders en geestelijken toe tot de beweging. Arnold Meijer kende de oude beweging echter zeer goed. Hij was een bewonderaar van haar leider Jose Antonio Primo de Rivera (zoon van de voormalige dictator) en Meijer noemde hem "de wekker van het Nieuwe Spanje". Sinds de oprichting van Zwart Front in 1934 heeft Meijer voortdurend getracht in de gunst te komen bij de Spaanse fascisten. Trouw stuurde hij zijn weekblad Zwart Front iedere keer naar Spanje, waarvoor hij in ruil de Spaanse tegenhanger Arriba! in zijn bus kreeg. Verder voerden de relaties niet. Primo de Rivera werd nog voor de oorlog echt aanving geliquideerd. Dit gebeurde zeer waarschijnlijk in opdracht van Franco die in de populaire fascist een obstakel zag - Primo de Rivera zag immers niets in fusie omdat dit een verdere verwatering van het fascistische ideaal zou betekenen. Met het uit de wegruimen van dit struikelblok kon de Falange verworden tot een ideologisch en organisatorisch allegaartje. Toch wilde Arnold Meijer naar Spanje. Voor hem bleef de Falange een unieke organisatie en hoopte hij van Franco een en ander te leren voor zijn eigen revolutionaire plannen.

Het in Oisterwijk gedrukte en redelijk gelezen weekblad Zwart Front koos in 1936 uiteraard onmiddellijk partij voor de opstandelingen. Men weigerde de wettige regering te erkennen en zag in Franco's nationalisten het enige officiële gezag. Zo lezen we in een politiek commentaar: "Wat is dan toch dat wettige gezag? Is het dat troepje rapaille dat uit de ophitsing van de lasten en de smerigheid van het roode volksfront naar boven is gedreven ( ) en dat het land tiranniseert en naar een totale ruine voert?" (25-07-1936) De gewone Spaanse bevolking was in de ogen van Zwart Front opgehitst door "roode bloeddorstige petroleuses" en "sovjet-joden". Door deze complottheorie moest zowel Moskou als het jodendom het ontgelden in hun kritiek: "Welke jood ziet daar geen kans 1000 geweren of 400 mitrailleurs of een paar wagons granaten te leveren? Allemaal voor de bloei van de sovjet-cultuur in Spanje". (15-08-'36) Van spontaan volksverzet tegen de reactie wilde Zwart Front niets weten. Van een sociale revolutie zoals die zich in Noord-Oost Spanje voltrok al helemaal niet. Meermalen bericht Meijer wel degelijk over de revolutie zonder dat hij deze als zodanig erkent; zo werd bijvoorbeeld in en om Barcelona het geld afgeschaft waardoor men uit opslagplaatsen kreeg wat men nodig had. Voor Meijer was dit alles niet meer dan diefstal begaan door geslepen misdadigers: men betaalde immers niet! (Zwart Front, 30-10-1937). De tendens van alle stukjes over Spanje is steeds dezelfde, Spanje is hèt voorbeeld voor Nederland. Meijer vindt dat het tijd is dat de "slappe katholieke journalisten" (van onder meer het dagblad De Tijd) gaan inzien dat Zwart Front dezelfde functie heeft in Nederland als de Falange in Spanje, namelijk een toonaangevende beweging tegen het "roode canaille" (4-09-1936). Het tijdschrift biedt aan militante fascistische en katholieke jongeren ruimte hun sympathieën om te zetten in woorden. De lokaal bekende dichter DUM-DUM schreef zo zijn ode aan Spanje (29-08-1936):

SPANJE
soldaten soldaten
met brandende Spaansche gelaten
geen bom zonder hart, geen geweer zonder ziel
geen plaats die bleef gapen, geen stad die niet viel
soldaten soldaten
het volk en het vuur van de straten
0, zonen van Spanje, je kruit blijve droog
je koppen zo hard en je harten zo droog'
en zo recht en geweldig je haten
soldaten!

fascisten fascisten
met je harten die barnen en gisten
die het hellevuur van de Olympus staalt
die Moskou zijn loon in granaten betaalt
fascisten fascisten
die lachen om lasten en listen
die geen a voor een b vaak hebben geleerd
maar die weten hoe een fascist krepeert
onder het vuur van de rode sadisten
fascisten!

kamraden kamraden
wij hongren naar dood of naar daden
en wachten en wachten de Spaanse tijd
die dit volk van honden tot mensen bevrijdt
kamraden kamraden
0, weet hen, die je verraden
geen dag is te vroeg en geen uur komt te snel
wij wachten en wachten het Grote Appèl
houdt steeds je geweren geladen
kamraden!

De oorlog bracht Meijer op het idee zelf een kijkje in Spanje te gaan nemen. Bovendien zouden publicaties over Spanje (met een pro-katholiek pro-Franco-karakter) de aanvaarding van Zwart Front in de betere kringen kunnen betekenen. Meijer had zojuist zijn laatste geld in de beweging gestoken en financiële steun was broodnodig. Bij allerlei Spaanse nationalistische instanties trachtte Meijer zich te presenteren. Brieven gaan vanuit het Oisterwijkse Hoofdkwartier in stapels de deur uit, vaak opgesteld in het Duits, Frans, Engels en Spaans. Zwart Front presenteert zich als een aanzienlijke organisatie die behoorlijke kansen maakt om in de toekomst Nederland te transformeren in een nationaal-corporatieve samenleving. In de stukken wordt Arnold Meijer omschreven als een "personalidad politica muy destacada", dit ongetwijfeld om de Spanjaarden die nog nooit van Meijer gehoord hebben te overrompelen. Verder stelt men in de aanbevelingspaperassen dat Zwart Front altijd al tegen de parlementaire
democratie, het kapitalisme, de joden en de marxisten is geweest. Daarnaast wordt God als de voornaamste drijfveer genoemd. Op deze wijze probeert Meijer zich binnen te werken. Deze aanpak blijkt succesvol want de autoriteiten van het "ESTADO ESPANOL REPRESENTACION EN HOLLANDA" (een instantie die in Den Haag Franco's nationalistisch Spanje vertegenwoordigde naast de officiëie republikeinse ambassade) schrijven voor Meijer en zijn chauffeur Van Goethem een uitnodiging en visum uit. In september 1937 krijgt Meijer definitief toestemming. Van door
slaggevend belang was het feit dat " l senor Meijer,director del periodico 'zwart front' (frente negro) es gran enthusiasta de nustra causa" (als redacteur was Meijer een aanhanger van de Spaanse zaak gebleken). Met de benodigde reispapieren op zak begint Meijer aan zijn lang verwachte reis. We schrijven oktober 1937.

Een maand lang trekken de Oisterwijkers door het bezette nationalistische gebied. Enkele fascistisch gezinde kranten merken de komst van Meijer op. Men lijkt blij te zijn dat "el jefe del fascio en Hollanda" het Spaanse fascisme een warm hart toedraagt. Maar over het algemeen lijkt Meijers uitstapje minder furore te maken dan hij zijn lezers wil doen geloven. Op 30 oktober 1937 verschijnen de eerste aantekeningen van zijn hand in het weekblad van Zwart Front. In een extra-grote oplage rollen de bladen bij de plaatselijke drukkerij Van den Boogaard van de persen - het gaat hier om een speciaal Spanje-nummer. Op de omslag zien we een in dood strijd verkerend monster, uiteraard het communisme voorstellend. In een latere aflevering kunnen we lezen dat colporteurs succesvol grote aantallen van het nummer verkocht hebben. In het openingsartikel is Meijer direct op vertrouwd terrein en haalt hij uit naar het marxisme: "Maar erger dan de verwoestingen van den oorlog heeft het marxistisch canaille aangebracht. Voor hen waren geen vrouwen en meisjes, geen grijsaards en kinderen, geen nonnen, geen geestelijken, geen kunstwerken en geen kerken, geen villas, geen boeren- en arbeider woningen veilig". Meijer verzoekt de Nederlandse regering dan ook snel over te gaan tot erkenning van Franco's nationalisten als wettige gezagsdragers. Ook ziet hij hierin economische voordelen, bijvoorbeeld door het garanderen van grondstoffen.

In het artikel "EL JEFE DE LA BANDERA NEGRA" gaat Zwart Front wel heel erg ver in haar leiderverering. We lezen:
" De Spaansche kranten spreken duidelijke taal. Overal werd de Leider van het Zwarte Front ontvangen als een vriend. Als een geestverwant niet alleen, doch wezenlijk als een, die meestrijdt, zij het op een andere post en andere omstandigheden, voor het zelfde ideaal". Nog sterker wordt het verder: "Reeds onmiddelijk, nadat de Leider de grens was gepasseerd, openbaarde zich een vriendschap die gaandeweg tot enthousiasme groeide, en die culmineerde in het langdurige bezoek dat hij generaal Franco in diens woning bracht". Echter zowel in het betreffende Spanje-nummer als in het later verschenen boekje 'vier weken Spanje' treft de lezer nergens een gesprek met Franco aan. Een interview met de caudillo zou toch echte roem voor Zwart Front betekend hebben. Wel verschijnen er twee korte stukjes over Franco, maar deze notities bevatten louter informatie die een ieder uit de dagbladen had kunnen overnemen. De redactie dekt zich een beetje onhandig in en meent: "Het is duidelijk dat niet alles, wat daar besproken is, zich leent om hier te worden neergeschreven. Het is evenzeer duidelijk dat een Spanje-nummer van zoo betrekkelijk kleine omvang als dit niet alles zou kunnen bevatten, wat de Leider aan kennis en inzicht met zich mee mocht dragen".

Arnold Meijer gebruikte zijn reis door Spanje om zijn aanzien te verstevigen 'binnen de partij. Bluf en ijdeltuiterij waren hem daarbij niet vreemd. Ook de gepubliceerde foto's waarop Meijer wordt afgebeeld zijn nietszeggend. Op een foto zien we Meijer tegen de achtergrond van een doodgewone colonne; op een andere zien we 'el Jefe' naast een kapitein uit het nationalistische leger en op een derde foto zien we Meijer als kindervriend, omringd door vier kinderen. Ook het verkrijgen van de foto van een zekere generaal Gueipo de Liano, die in zijn boek zou worden afgedrukt, verliep niet zonder problemen. Meijer liet enkele in Spanje wonende Nederlanders de foto versieren, iets wat hen handen vol geld gekost heeft. De foto's echter zouden de lezer de indruk moeten geven dat het hierbij ging om persoonlijke vrienden van de zwartfronter.

Begin 1938 verschijnt dan bij Alphons van den Boogaard het boekje Vier weken Spanje. Voor de gelegenheid is de uitgeverij nu omgedoopt in 'de Ramshoorn', dit om de in financiële problemen verkerende uitgeverij ietwat te ontlasten. Het boek is een uitgebreider verslag van wat al eerder in het Spanje-nummer verscheen, de stijl is allerbelabberdst en de inhoud voorspelbaar. Elke nuancering is Meijer vreemd. De schuld van het ontketende marxisme legt hij bij het koningshuis en de kerk die onvoldoende zijn opgetreden als "beschermers van het eenvoudigevolk". Ook kunnen de "slappe politici en intellectuelen" rekenen op Meijers kritiek daar zij schuldig zijn aan het verspreiden van "de geest van den Fransche Revolutie". Joden en vrijmetselaars worden door Meijer beschouwd als de grote aanstichters van de gruweldaden. Hij vindt het dan ook begrijpelijk dat er in in het fascistische kamp stemmen opgaan voor concentratiekampen. De reacties van de Nederlandse pers op het boek waren divers. Enkele dagbladen, zoals het Algemeen Handelsblad, stoorden zich aan de geringe literaire kwaliteiten van Meijer. Socialistische bladen zagen het werk als de zoveelste poging van fascisten in Nederland zieltjes te winnen. Vanuit katholieke zijde werd verschillend gereageerd. Het Huisgezin was vernietigend in haar oordeel: "Vier weken Spanje is o.i. een geheel overbodige brochure, wegens de tendens bovendien ongeschikt voor katholieken" (8-02-1938). Het serieuze blad Studiën (juli 1938) was het grotendeels eens met de strekking van het werkje, maar haastte zich mee te delen geen aanhanger te zijn van Zwart Front. Diverse fascistische bladen als De Controleur of het Nationaal Dagblad waren echter uiterst tevreden en bespraken het "con amore".Een beste conclusie verscheen in de Boekengids van maart-april '38. De recensie was van Jop Pollman. Hij schreef: "Het boekje is zeer verward en generaliseerend en debiteert over het christendom absolute nonsens; ook als historisch document is het nauwelijks van belang". Daarmee verdween Arnold Meijers Vier weken Spanje (dat toch nog enkele herdrukken beleefde) in de boekenkasten van overtuigde fascisten en in de bibliotheken.

Toen Arnold Meijer in 1945 ontsnapte na als collaborateur te zijn vastgezet, waren zijn oude kameraden druk in de weer een vals visum en paspoort voor Spanje te regelen. Daar regeerde zijn idool Franco immers nog. Zover kwam het echter allemaal niet en Meijer bleef keurig in Nederland. In 1965 stierf hij uiteindelijk. Franco zou het nog tien jaar langer volhouden. Ondanks de bloedige burgeroorlog die 500.000 doden opleverde en een geschiedenis die nu nog in Spanje wonden openrijt, sprak Arnold Meijer over "offervaardigheid en heldenmoed" als hij aan 'zijn' burgeroorlog dacht.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -