Index of /Marginalia/1998 Voetbal in droomland

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1998 Voetbal in droomland.pdf   06.08.2004 98kB -

1998

VOETBAL IN DROOMLAND
de memoires van Nicolaas Steelink eindelijk vertaald

"In de turbulente dagen van wat later bekend is geworden als het McCarthy-tijdperk, kwam het gesprek van een kleine groep leden van de IWW, de Industrial Workers of the World, op de dagen van weleer, toen de IWW de volle laag kreeg van een rabiate vervolging gedurende een eerdere en veel langere periode van landelijke hysterie die periodiek het land plaagt waarin we leven, de Verenigde Staten van Amerika." Met deze woorden begint Nicolaas Steelink zijn autobiografie ]ourney in Dreamland. Steelink was een markante Amsterdammer, geboren in 1890. Hij trok in 1912 naar Amerika om zijn geluk te beproeven, waar hij zich aansloot bij de anarchistisch georiënteerde vakbond de IWW. Toen Amerika ging deelnemen aan de Eerste Wereldoorlog besloot de Amerikaanse overheid een federaal Spionage Statuut in het leven te roepen, een soort Artikel 140 waarmee in principe iedereen kon worden opgepakt die op enigerlei wijze in verband kon worden gebracht met de vijand. Duitsers en andere Europeanen met een accent waren speciaal verdacht, alsook alle organisaties die zich tegen de oorlog keerden, waaronder de IWW. Honderden mensen verdwenen achter de tralies. Na de Eerste Wereldoorlog liep het federale Spionage Statuut af, maar vooral in het westen van de YS begonnen de afzonderlijke staten hun eigen repressieve wetten te formuleren, naar het voorbeeld van het federale Spionage Statuut.

Ook de staat Californië nam zo'n Crimineel Syndicalisme Wet aan. Op basis daarvan werd de in Los Angeles wonende Nicolaas Steelink in maart 1920 veroordeeld, tezamen met lSl andere 'wobblies,' zoals de leden van de IWW veelal werden genoemd. Het gevolg was dat vrijwel het hele IWW-kader naar de gevangenis verdween, er werden vonnissen van één tot veertien jaar uitgesproken. Steelink was toentertijd columnist van het IWW-weekblad The Industrial Worker, hij kreeg vijf jaar dwangarbeid in San Quentin. Na twee jaar deed hij een geslaagd beroep om voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. De reden dat Steelink niet in de vergetelheid is geraakt, komt voort uit het feit dat hij in de avonduren in San Quentin een begin maakte met het vertalen van zowat het hele oeuvre van Multatuli in het Engels. Tot op de dag van vandaag is Steelink de enige die het aandurfde Multatuli's Ideeën te vertalen.

In 1952 stond het recht op vrije meningsuiting in Amerika opnieuw ter discussie, tijdens een van de dieptepunten van de Koude Oorlog, het McCarthy-tijdperk. Iedereen die verdacht kon worden van communistische sympathieën werd zwartgemaakt, aangeklaagd of opgepakt, en Steelink meende dat hij niet mocht zwijgen. Hij zette zich aan het schrijven van zijn Reis in Droomland met de bedoeling de wortels en de continuïteit aan te tonen van het McCarthyisme.

De meeste aandacht, ook in Nederland, was in de jaren 20 niet uitgegaan naar het proces tegen Steelink, maar naar dat tegen de Italiaanse immigranten Sacco en Vanzetti. In het blad Buiten de Orde (*3 1997) lezen we meer over die heksenjacht op immigranten en anarchisten. Arthur Lehning schrijft: 'Er heerste toen een waar 'McCarthyisme.' Allen die werden verdacht van revolutionaire opvattingen, en in het bijzonder buitenlanders, werden vogelvrij verklaard. Enkele weken voor de arrestatie van Sacco en Vanzetti werden 6000 buitenlanders zonder vorm van proces gearresteerd. Honderden werden gedeporteerd, sommigen werden door de politie mishandeld en gemarteld.' Elders in Buiten de Orde zegt Martin Smit over deze hectische jaren: 'Het anti-radicale en anti-socialistische klimaat leende zich uitstekend voor grootschalige acties tegen radicalen. In het door minister van Justitie Mitchell Palmer bedachte scenario, werden bijeenkomsten van anarchisten en socialisten verstoord, mensen massaal opgepakt, burelen van tijdschriften gesloten en de verzending van 'ondermijnende' tijdschriften verboden. Het was de jonge, ambitieuze J. Edgar Hoover - de latere FBI-directeur - die als Speciaal Assistent van Palmer deze palmer-raids organiseerde .'

Ook Steelink was een slachtoffer van de 'Red Scare'- de Rode Angst. Zijn aanklacht-in-boekvorm - Journey in Dreamland - schreef hij onder het pseudoniem Enness Ellae. Onder die naam ook heeft hij in de periode 1940-1960 als columnist van The Industrial Worker wekelijks een column geschreven onder de titel Musings of a Wobbly. Zijn pseudoniem, Enness Ellae, laat zich eenvoudig ontcijferen. Enness moet gelezen worden als N.S. (Nicolaas Steelink). Ellae als L.A. (Los Angeles).

Zijn Reis in Droomland geeft een realistisch beeld van een Amsterdamse jongen, diens calvinistische jeugd in Amsterdam en Haarlem, de beproevingen van het gezin Steelink in de jaren rond de eeuwwisseling. Direct na de Lagere School, op dertienjarige leeftijd, gaat hij full-time werken. In 1912 besluit hij zijn geluk te beproeven in de Nieuwe Wereld, waar na de nodige wisselvalligheden hardhandig een einde wordt gemaakt aan al zijn illusies, zijn hartstochtelijke dromen over vrijheid en democratie. Mede daarom beëindigt hij zijn Reis in Droomland op het moment dat hij San Quentin betreedt. 'Want.' zo schrijft hij, 'toen ik San Quentin betrad, kwam er een einde aan mijn reis door het land van mijn dromen.'

Zijn boek gaat over zijn illusies en desillusies in de keiharde Amerikaanse wereld van loonslavernij en repressie. Zijn lidmaatschap van de IWW was een weloverwogen keuze. Hij hekelde de verschillende socialistische ideologieën en meende dat ze zich nauwelijks onderscheidden van de richtingenstrijd die ook de protestantse kerken kenmerkte. 'De IWW.' schrijft Steelink, 'was tenminste pertinent a-politiek en anti-ideologisch. Plak een label op een 'isme' en je vindt geheid gelovigen en volgelingen. Wij IWW-ers hadden met elkaar gemeen dat we allen werkten in de basis-industrieën. Wij richtten ons recht-toe-rechtaan op onze ervaringen op de werkvloer en vertaalden die ervaringen in actie. Goed, we waren een vakbond, maar we waren volstrekt a-politiek. Niet de politieke partijen maar de industrieën vormen de ruggegraat van dit land.' De IWW wilde One Big Union zijn voor alle arbeiders in de basis-industrieën, ongeacht hun politieke overtuigingen.

Het manuscript van ]ourney in Dreamland werd echter geen succes, Steelink kon geen uitgever vinden om het boek te publiceren. Na jaren van omzwervingen belandde het manuscript tenslotte in het archief van het Multatuli-museum aan de Korsjespoortsteeg te Amsterdam, niet ver van waar hij in 1890 was geboren, op de Taksteeg 7. Gelukkig besloot Bert van Wakeren (Uitgeverij Baalprodukties te Sittard) het manuscript aan de vergetelheid te ontrukken en het uit te brengen bij gelegenheid van het voetbaltoernooi om de Artikel 140 Wisselbokaal, 24 oktober van dit jaar in Nijmegen. Sies van Raaij heeft het vertaald en op sommige plaatsen van voetnoten voorzien.

Steelinks liefde lag niet alleen bij de IWW. Hij was ook voetballer in hart en nieren. Zijn biografische notities verraden hoe moeilijk hij het voetbal kon scheiden van andere dagelijkse activiteiten. Ook hanteerde hij sporttermen om zijn politieke denkbeelden te verwoorden - zo noemde hij Amerika 'Het Frauduleuze Honkbal Imperium.' Tot op hoge leeftijd heeft hij gedreven gewerkt aan de oprichting van een landelijke soccer-competitie in de Verenigde Staten. Steelink schreef talloze brieven op het papier van de California Soccer League, een competitie waaraan hij veel heeft bijgedragen.

Het begrip 'soccer' is afgeleid van het woord Association Football, dat zich in naam diende te onderscheiden van het American Football, in Amerika een veel populairdere sport dan het reguliere voetbal. Association Football werd vervolgens afgekort tot assoc. football en weer later verbasterd tot soccer. Soccer werd geïntroduceerd door Europese, vooral Britse immigranten: 'Soccer kreeg weliswaar vaste voet aan de grond in diverse Amerikaanse steden, maar slaagde er nooit in serieus te concurreren met American Football. St. Louis werd het soccer-centrum van Amerika in de jaren tachtig van de vorige eeuw - en is dat tot op de dag van vandaag gebleven - dankzij de activiteiten van Britse immigranten, en later Europese ex-profvoetballers, schrijft kenner James Walvin in The People's Game. Andere centra waren Texas en Oklahoma. Steelink was aanvankelijk actief aan de westkust. Hij woonde van 1913 tot 1974 in Los Angeles, en verhuisde toen naar Tucson, Arizona, alwaar hij zich in de organisatie van en de propaganda voor het soccer stortte. Toen de VS in 1994 het WK Voetbal Organiseerde, zond de Nederlandse televisie een documentaire uit over de moeizame Amerikaanse soccer-geschiedenis - daarin werd ook de naam van Steelink genoemd.

Onze kennis van zijn voetbalactiviteiten danken we met name aan Nicolaas' 75-jarige zoon Cornelius Steelink, nog steeds woonachtig te Tucson. Cornelius - zelf ook een levenslange Civil Rights-activist reageerde uiterst enthousiast op het idee van Baalprodukties om zijn vaders manuscript te publiceren: 'Het was de grote droom van mijn vader dat zijn Reis in Droomland ooit zou worden uitgegeven.' Met evenveel trots toont hij foto's van trofeeën en certificaten die zijn vader ontving tussen 1964 en 1977, het gevolg van zijn enorme staat van dienst in voetballand. Vooral Latino's of Mexicaanse Amerikanen brachten Nico hulde omdat hij in Californië een voetbalcompetitie had opgericht die in 1974 al meer dan honderd teams telde en meer dan tweeduizend leden. Homenaje a Nick Steelink por su Gran Labor y Ayuda a nuestra organizacion, California Soccer League, staat op een van de trofeeën. Soccer is in Californië vooral een sport voor voormalige Mexicanen. Voor zijn bijdragen aan het Amerikaanse soccer werd hem in 1971 een ereplaats toegekend in de American Soccer Hall of Fame, de hoogste onderscheiding van de Amerikaanse voetbalbond. De tekst op het begeleidend certificaat luidt: The U.S. Soccer football Association honors Nicolaas Steelink for his contributions to the administration and promotion of soccer football in the United States. Tot aan zijn dood - hij werd 99 - was hij een zeer vitaal en lenig man. Iedere dag deed hij honderd push-ups, en liet journalisten trots zien dat hij zijn voet tot boven zijn hoofd omhoog kon zwaaien. Zijn conditie en onverwoestbare levenslust in aanmerking nemend, schreef een journalist van de Tucson Daily Citizen in 1974: Grace is almost the perfect word to describe a man like Nicolaas Steelink. Steelinks autobiografische schetsen vertellen ons nog meer.

Al schrijvende over zijn jeugd in Amsterdam en Haarlem herinnert hij zich de vele partijtjes voetbal in de straten: 'Velen van ons speelden voetbal. Het enige wat je immers nodig had was een bal, of iets dat er op leek, bijvoorbeeld een prop kranten met touw er omheen. Ook gebruikten we soms een varkensblaas. Doordat we 's zondags naar de 'grote' wedstrijden gingen kijken, kenden we alle spelregels en de namen van de beste spelers. Ik leerde het spel door te kijken naar de goede spelers. Sommige van ons ontwikkelden zich tot begaafde spelers. Jos was mijn beste kameraad. Hij was een linksbener die zich ontwikkelde tot een zeer goede voetballer. Hij had spillebenen, maar toen hij nog niet eens twaalf was, was het al een snelle loper, met een harde trap.' Voetbal was aanvankelijk een elitesport, maar sinds de eeuwwisseling hadden ook jongens uit het volk het spel ontdekt. In zijn jeugd verbond Steelink het voetbal al aan een primitieve klassenstrijd: 'Daar komt nog bij dat arme of bijna-arme mensen zich onbewust beledigd voelen door hun situatie. Mijn speelkameraden - en ik ook - haatten de rijkeluiszoontjes.'

Op l8-jarige leeftijd vond Steelink werk - en een plek in het voetbalteam - bij de Hollandse Stoomboot Maatschappij, die met een team meedeed in de Amsterdamse Kantoorbedienden Voetbalbond. Hij vond dat een geweldige eer. Hij schrijft: 'De Maatschappij verschafte de doelpalen en betaalde de veldhuur van 10 gulden per maand. We bleken aardig wat goede spelers te hebben en we presteerden heel behoorlijk. In zijn algemeenheid begon de sport op te komen in Nederland. Er waren uitstekende atleten, hetgeen een gunstige invloed had op de moraal van de jeugd. Als gevolg daarvan daalde het alcoholgebruik aanzienlijk. Voetbal was mijn favoriete sport en dat zou het altijd blijven. Professioneel voetbal had je alleen in Engeland en daar speelden dus ook de beste teams, die hun vaardigheden over heel de wereld lieten zien. Zij kunnen de grondleggers van het spel worden genoemd, een spel dat sindsdien tot gigantische proporties is uitgegroeid. Als toen in Nederland professioneel voetbal had bestaan, zou ik met het talent en de kracht die ik als amateur had ontwikkeld, een heel eind zijn gekomen.'

'Mijn schooltijd werd gedomineerd door voetbal. Iedere zondagochtend speelde ik een wedstrijd en 's middags bezocht ik de 'grote' wedstrijden. Op zondag stond ik om 6 uur op, nam de tram tot het eind van de lijn en wandelde drie kwartier naar het veld. Samen met de andere spelers dreven we de koeien eraf, schepten de vlaaien weg en haalden de kalkkar om de lijnen te trekken. We joegen de kippen uit de schuur, hingen oude vloerkleden op voor het bezoekende team, en zetten bakken water klaar. Tegen die tijd was het een uur of 10, en konden we beginnen.'

Toen Steelink besloot naar de Verenigde Staten te emigreren, betekende dat, dacht hij, het einde van zijn geliefde voetbalsport. En dat betekende nogal wat: 'No more soccer,' zegt hij weemoedig in zijn Journey in Dreamland. Met pijn in het hart nam hij afscheid van het voetbal; hij liet zelfs zijn voetbalschoenen thuis. In Amerika werd immers niet gevoetbald, dacht hij. 'Maar ik was nog maar net in Seattle aangekomen of enkele Nederlanders vroegen of ik in hun team wilde komen spelen. Ze hadden geld naar Holland gestuurd en waren in afwachting van een geschikte bal. Samen met een Brit namen we de spelregels door en toen konden we van start gaan. Aanvankelijk werd ik door de Engelsen op een snobistische wijze behandeld, maar toen ze zagen dat ik goed speelde, werd ik als kameraad in de groep opgenomen.' Steelink had inderdaad aanleg en stapte al spoedig over naar een 'echt' team. 'In september 1914 werd ik lid van een team dat louter uit Britten bestond. Samen met vijf andere teams had een groepje Engelsen in 1903 de Los Angeles Soccer League opgericht. Op dat moment was ik 24 jaar en als voetballer op mijn top. Ik speelde als voorstopper bij The Wanderers, ik hield van hard spel.'

Zijn kennismaking met de Britse voetballers bracht ook zijn politieke denken in een stroomversnelling. 'Ergens in 1913 trad een nieuwe speler tot onze groep toe. Het was een jonge man, Walter Mitchel. 'Walt' voor zijn vrienden, geboren in Schotland. Walts eigenlijke beroep was het maken van stoomketels, maar hij hield zich op dat moment bezig met de (heimelijke) studie van de chiropraxie, een wetenschap die nog niet als zodanig was erkend in Californië. Nooit trof je hem aan zonder boeken en hij was altijd bereid van gedachten te wisselen over de meest uiteenlopende onderwerpen: sociale verhoudingen, literatuur. poëzie, geschiedenis, antropologie en uiteraard de oorlog. Via Walt kwam ik in contact met mensen die de weekends doorbrachten in de bergen ten noordoosten van Los Angeles. de Millards Canyon. 's Nachts zaten ze rond een kampvuur en voerden discussies over allerlei onderwerpen. Weldra werd ik een vaste deelnemer aan de gesprekken tussen radicalen van diverse pluimage: politieke socialisten. socialistische vakbondsmensen, anarchisten en vrijdenkers.'

De Eerste Wereldoorlog, die zich vooral afspeelde in Europa, heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de politieke bewustwording van Steelink, maar zelfs in dat verband spreekt hij over voetbal. Dat bleek namelijk een uitstekend middel tot verbroedering. Steelink schrijft: 'Met Kerstmis hadden de soldaten een voetbal tussen de loopgraven gegooid, waarop men een vriendschappelijk partijtje voetbal had gespeeld. Maar degenen die de leiding hadden. wilden daar niets van weten.'

In 1920 kwam er een abrupt eind aan alle activiteiten van Nicolaas Steelink. Het ]ustice Departement, voorloper van de FBI, stond aan zijn deur en arresteerde hem. Steelink was een van de eerste slachtoffers van de vermaledijde 'pak-ze-allemaal-wet.' Nicolaas Steelink overleed in 1989 in zijn woonplaats Tucson. Arizona. Een voetballer en activist die protesteerde tegen de smoes op basis waarvan ook hij destijds was gearresteerd: 'lidmaatschap van een criminele organisatie.'

epiloog

Op zaterdag 16 augustus 1997 troffen zes voetbalteams elkaar in het Utrechtse gehucht Haarzuilens, waar gestreden werd om de eerste Artikel 140 Wisselbokaal. Enerzijds was het toernooi een protest tegen de massale arrestaties van anarchisten en andere radicalen tijdens de Euro-top in Amsterdam in juni 1997, anderzijds wilde men geld inzamelen voor onder andere het KURF, het Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme. Op de snikhete dag vertoonden de teams niet alleen een opmerkelijke inzet, maar tevens een ongekende kameraadschap. Ondanks de grote verscheidenheid aan ideologische, politieke en activistische opvattingen overheerste de eendracht en het verlangen er een prachtige dag van te maken. Een deelnemer merkte dan ook op: 'Wij zouden zo'n inzet graag bij ontruimingen zien.' De organisatie verdient een pluim voor het voorspoedige verloop van de dag en voor de ironische wijze waarop met de voetbalcultuur werd gespot.

De eendracht in Haarzuilens werd tevens bevorderd door een gedeelde bezorgdheid over het beruchte artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, een artikel dat justitiële vervolging mogelijk maakt van organisaties die zich ten doel stellen misdrijven te plegen. Hoewel het artikel in eerste instantie was bedoeld voor grootschalige politiële acties tegen de georganiseerde misdaad, wordt artikel 140 in de praktijk uitgebreid naar activisten, krakers en demonstranten. Ook al kennen zij geen lidmaatschap van een formele organisatie, het gemeenschappelijk gebruik van een koelkast en gezamenlijke huisvergaderingen wijzen volgens Justitie op een georganiseerd verband. Het gebruik van artikel 140 is echter omstreden, zoals blijkt uit de bijdrage van Wil van der Schans (Buro Jansen & Janssen) in deze bundel. Zo schrijft hij onder meer: 'De Eurotop heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat 'Regenten, Rechters en Commissarissen' hun hand niet omdraaien voor een zo ruim mogelijke uitleg van dit artikel. Juristen en de media trappen dan wel op de rem, uiteindelijk zullen aktievoerders zelf hun antwoorden moeten vinden.'

Dat gold ook al in 1894 voor Domela Nieuwenhuis toen het voltallige bestuur van de Sociaal Demokratische Bond vervolgd werd wegens overtreding van art. 140. En ook voor Nicolaas Steelink, die te maken kreeg met een zelfde soort intrument van repressie en vervolging, alleen dan in 1920 in de VS. Maar er zijn meer overeenkomsten. De invulling die Vrakking, Nordholt en Patijn gaven tijdens de Eurotop aan art 140, komt volgens Wil van der Schans erop neer dat: 'oproepen voor demonstraties, 'opruiende' artikelen in Ravage, verspreiden van 'grapjes' via Internet, of zelfs maar filosoferen over verzet kan op deze manier strafbaar worden gesteld. Niet alleen 'je was erbij, dus je bent erbij', maar ook 'je dacht erover, dus je bent erbij'. Wat District Attorney Mr. Woolwine zei tijdens het proces tegen Steelink: 'These human fiends have been fanning the flames of discontent, as they say in their sacrilegious song books, and as they tell you in these songs that advocate murder. That is the reason the government is after them,' was van het zelfde laken een pak. Steelink werd veroordeeld niet alleen wegens zijn lidmaatschap van de IWW, maar ook omdat hij aktief was in het verspreiden van het gedachtengoed van de IWW: je dacht erover, dus je bent erbij.

De grootste verdienste van die zestiende augustus 1997 lag echter in de keuze voor een voetbaltoernooi als uiting van protest en als benefiet. Tien jaar geleden zou het nog ondenkbaar zijn geweest dat zulke uiteenlopende groeperingen elkaar ooit zouden treffen in een serie voetbalwedstrijden. Goed, er zijn enkele uitzonderingen, maar doorgaans viel het voetbal als een 'burgerlijke' en 'conformistische' aangelegenheid vooral hoon ten deel. ongeacht het feit dat veel anarchisten al sinds jaar en dag wekelijks de kiksen onderbinden.

Hoewel voetbal vandaag de dag is uitgegroeid tot een centraal aspect van de spektakelmaatschappij, is er nauwelijks sprake van een kloof tussen toeschouwen en deelnemen. Je kunt van iedere club lid worden en je kunt je heel eenvoudig aansluiten bij potjes voetbal op straat of op veldjes. Dat leren althans mijn ervaringen in Rotterdamse plantsoenen zoals het Kralingse Bos, het park bij de Euromast en de Plantage. Ook kan het voetbalspektakel mensen aanmoedigen zelf tegen een bal aan te gaan trappen. Nadat Engeland in 1990 een wedstrijd had gewonnen tijdens het WK, startte een tiental mensen spontaan een potje voetbal in de straten van Alcester. Meer en meer mensen namen deel, velen kwamen kijken. De Station Road met haar vele stoplichten raakte volledig verstopt en de politie diende uiteindelijk de bal te confisqueren en de menigte uiteen te jagen.

Dat het KURF het aandurfde een voetbaltoernooi te organiseren verdient dan ook alle waardering. Ruim honderd voetballiefhebbers en evenveel toeschouwers hadden een prachtige dag, die tot in de late uurtjes doorging. Het actieblad Ravage, toch niet echt een sportkrant, opende op 5-9-97 onder de kop 'Criminele Samenscholing in Haarzuilens,' met een hilarisch verslag van het toernooi. Zo merkt de coach van het Amsterdamse krakersbolwerk Vrankrijk op: 'We presteerden matig door andere omstandigheden, zoals het alcoholverbod en de buitenlucht.' Ook het Nijmeegse maandblad Activist 024 opende haar septembernummer met een bijdrage over het toernooi van Haarzuilens. Dat kon ook moeilijk anders want het merendeel van de redactie stond opgesteld in één van de teams. Naast krakers, activisten, feministes en ecowarriors bleken dus ook heel wat bladenmakers vertegenwoordigd te zijn in Haarzuilens: mensen van bijvoorbeeld Ravage, Funest, Activist 024 en Buiten de Orde bleken zich op de groene grasmat uitstekend thuis te voelen.

De combinatie voetballer en anarchist pakte in Haarzuilens prima uit. Het is daarom verheugend dat Baalprodukties heeft besloten de Reis in Droomland integraal op te nemen in een publicatie die gewijd is aan het omstreden artikel 140. Als hij nog in leven was geweest, zou Nicolaas Steelink het toernooi om de Artikel 140 Wisselbokaal niet alleen van harte hebben aangemoedigd, ik durf zelfs te wedden dat hij naar Nederland zou zijn afgereisd om de aftrap te verrichten, of de finale te fluiten Waarschijnlijk zou hij in de kantine de bierpunks op hun conditie hebben aangesproken om vervolgens met vijftig push-ups de show te stelen. De enorme, zelfs internationale belangstelling voor het tweede Artikel 140-toernooi verraste de organisatie, die inmiddels achter gesloten deuren vergadert over een toekomstige Europese Super Criminalism Act Soccer League.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -