| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1997 London Calling.pdf | 03.02.2004 | 90kB | - |
LONDON CALLING
(maar dit keer is het techno)
Het is half vijf in de ochtend. Darren komt binnen met vier grote mokken thee met melk en vervolgt zijn monoloog over voodoo die hij enkele uren eerder al had ingezet. Hij onderbreekt zijn babbel slechts als hij een koptelefoon opzet, zijn platenspelers reorganiseert, twee vinylplaten uit een anonieme hoes haalt, en de kleine kamer opnieuw van een mellow techno-roes voorziet. Een laatste restje skunk doet de thee beter smaken en gerold in onze slaapzakken schurken we bij elkaar. Het is verdomd koud. Beneden is Gav' zojuist teruggekeerd van een squat in Noord-Londen - een clandestiene technoparty, waarvan het adres gisteravond tegen zevenen telefonisch werd vrijgegeven. Om in de stemming te blijven brengt ook hij zijn platenspelers in werking: monotone hardcore, voorzien van een vleugje gabber, dreunt door de vloer en penetreert mijn ruggenmerg. Half vijf. Ook mijn vierde nacht in Londen zal een korte worden.
Alhoewel ik me had voorgenomen slechts een enkele nacht in Londen te verblijven - ik was onderweg naar Schotland (Edinburgh) - kostte het me de nodige moeite de stad te verlaten. Met Barcelona en Lissabon behoort Londen tot mijn meest geliefde Europese steden. De stad leent zich geweldig voor derive's, voor eindeloze wandelingen zonder vooropgezet doel. Onderweg kijk ik rond, verzamel zines of spoken-word-tapes, en onderbreek de trip veelvuldig om pubs van het kaliber The Queen's Arms of Ye Old' Axe te bezoeken. Er gaat nog altijd niets boven een Britse kroeg, een pintje Guiness en wat songs uit de jukebox die hier in ere wordt gehouden. Voor een knaak trakteer ik mezelf op classics van Black Sabbath, Chemical Brothers, The Ruts, Pop Group en de Sensational Alex Harvey Band. Wow! Ik logeer voor de gelegenheid bij kennissen in Hackney, een arme arbeidersbuurt ten oosten van het centrum, waar jungle en triphop uit piratenradio's weerklinken, waar shabby eet en theehuizen worden gerund door Hindoestaanse middenstanders, waar de grauwheid van Londen haar oorsprong lijkt te vinden, en waar werkloosheid eerder regel dan uitzondering schijnt.
Het huis van mijn gastheer, DJ Darren Zamorra, blijkt een kleine oase en herbergt een gastvrije gemeenschap van drie meisjes en vier jongens; hun leeftijden schommelend tussen de tweeëntwintig en dertig jaar. Dankzij een socialistische buurtcoöp. konden ze voor een bescheiden bedrag een redelijk ruime woning huren. Bovendien kan de huur met zeven mensen eenvoudig worden opgebracht. Zamorra betaalt nog geen honderd piek per maand, een ieder heeft een eigen kamer en beneden is er ook nog een gezamenlijke huiskamer. De bewoners vormen een soort post-squat-amalgaam: het merendeel woonde lange tijd in gekraakte panden en is afkomstig uit alle hoeken van het Britse koninkrijk. Werkloosheid of avontuur dreef hen naar Londen waar ze nu met tijdelijke arbeid, uitkeringen en inkomsten uit microparties het hoofd boven water pogen te houden. Zo telt het huis onder haar bewoners drie Schotten, een Griekse, een Welshman, een Ier en een Engelsman. De algehele atmosfeer is ronduit anti-Engels. De verderfelijke jaren van Thatcher, de vijandigheid jegens travellers en ravers, de criminalisering van Ieren, het fanatieke antidrugsbeleid, de verwijdering van zwervers uit Londen, en het optreden van de politie tegen squatparties heeft van deze kleine gemeenschap een ‘oorlogsmachine’ gemaakt.
Het was de eerste keer dat ik zes lange dagen doorbracht in het gezelschap van een technoscene. Techno & drugs lijken het aloude Britse pact van pop & bier definitief te hebben verdreven - al blijft de Britpop mateloos populair, spelen unplugged-bandjes in pubs de ene Oasis-song na de andere en blijven The Beatles en The Jam bijna sacrale bronnen van invloed. Maar het is techno dat vandaag hoogtij viert. Werkelijk alle platenwinkels die ik bezocht speelden techno, de woningen die ik betrad getuigden van vele beats per minute, de meeste platentoeristen komen voor techno, parties centreren zich rond techno, en ook een nieuwe generatie zinemakers wordt door techno geïnspireerd. Ook mijn Rotterdamse achtergrond werd direct geassocieerd met gabber & pillen, maar ik moest uitleggen weinig verstand te hebben van gabber en nog minder van pillen. De Rotterdamse en Haagse gabbersound is behoorlijk cult in Londen. In platenwinkels vindt je gabber gewoonlijk naast andere cultexport, zoals de pionierssound uit Detroit of Chicago. Veel belangstelling toonden mijn gastheren en -vrouwen ook voor de uit Tilburg afkomstige tribal-techno-posse Psychic Warriors Ov Gaia, die hier - in tegenstelling tot in Nederland - een behoorlijk publiek vindt voor haar mysterieuze trancetechno. Met enig schaamrood op de wangen merkte ik op dat ik de Warriors slechts een enkele maal zag spelen, in Rotterdam, samen met The Prodigy.
Techno heeft te maken met twee geweldige vooroordelen: de gedachte 'fight for your right to party' zou slechts een consumptief weekendgebeuren zijn zonder politieke of ethische implicaties; en als muziekstijl zou techno vooral koude beats zonder enige authenticiteit produceren. Beide vooroordelen blinken uit in eenzijdigheid. Zo hoor ik voortdurend composities waar ik kippenvel van krijg. De tapes die Zamorra voor me maakte zijn werkelijk schitterend en behoren momenteel tot mijn favoriete nocturnes. Minder eenduidig valt de vraag te beantwoorden of techno & rave uitingen zijn van hedendaagse verzetsculturen – een discussie die in Britse en Nederlandse tijdschriften woedt. Critici van allerlei snit (anarchisten, socialisten, punks, ecoactivisten) hebben geen gelegenheid onbenut gelaten de ravecultuur te veroordelen als een vorm van hyperconsumentisme. De laatste in dit rijtje was ongetwijfeld George McKay, die een - overigens boeiend - boek wijdde aan vijfendertig jaar Britse verzetsculturen. McKay's loopbaan als anarchist, kraker, activist, punk, jazzmusicus en kunstenaar maakt hem tot een ware nazaat van een lange, levendige underground en DIY-cultuur. Met veel schwung en sympathie behandelt hij achtereenvolgens hippies (Free Festivals), new age travellers, anarchopunks (Crass), eco- en anti-road-activisten, en weet hij treffend duidelijk te maken op welke wijze deze bewegingen in elkaar haakten en gezamenlijk uitdrukking gaven aan een bloeiende verzetscultuur die tot op de dag van vandaag voortduurt. Zijn boek, getiteld Senseless Acts of Beauty. Cultures of Resistance Since the Sixties (Verso Londen 1996), kent echter een voorbehoud: met hoeveel recht kan ook de ravecultuur worden beschouwd vanuit deze context van verzet?
Het zomernummer (#13 1996) van het tijdschrift Squall - een soort Britse Buiten de Orde waarin alle verzetsculturen present zijn - bevatte nog een prikkelend interview met McKay naar aanleiding van diens negatieve beoordeling van raveculture. Raver en activiste Ally Fogg merkte over McKay's oordeel op: "Indien hij zelf minder wordt geïnspireerd door het onderwerp blijkt ook zijn analyse oppervlakkiger. Bij zijn pogingen de ravecultuur te doorgronden hanteert hij de Californische 'cybernutter' Douglas Rushkoff als enige vertegenwoordiger van de 'E-generatie', citeert hij vooral uit publicaties over rave-excessen, en maakt hij wezenlijke aspecten van de cultuur belachelijk. Kortom, zijn behandeling van het onderwerp is grotendeels irrelevant voor de Britse rave-scenes".
McKay geeft toe dat zijn beeld wellicht wat te eenzijdig was en wijst op Castlemorton en Exodus om aan te geven dat raveculture ook veel goeds heeft gebracht. "Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ontzettend veel ravers alleen maar over revolutie praten. Ik ben er nog niet van overtuigd dat er een politisering van de ravecultuur aan de gang is. Het lijkt mij nog steeds te gaan over het uit je bol gaan in het weekeinde". Ally brengt daar tegenin dat sinds de perikelen rondom de Criminal Justice Act juist sprake is van een unieke samensmelting tussen rave, DIY en undergroundpolitiek. Ze wijst op een nieuwe golf van politiek geïnspireerde dance en techno en op de grote Megadog-raves waar kraampjes, zines en flyers allerlei politieke opvattingen uitdragen. McKay hoopt weliswaar dat Ally gelijk krijgt, maar blijft voorlopig sceptisch gestemd. Zijn grootste bedenking is wel dat ravers weigeren kennis te nemen van hun DIY-voorlopers: utopisten, anarchisten, situationisten. Liever, zo merkt hij op, identificeren ravers zich met zeventiende en achttiende eeuwse vormen van spiritueel en pre-industrieel verzet, zoals met de Diggers of de Levellers.
Met deze wetenschap in mijn broekzak nam ik een kijkje in de keuken van een kleine technoscene. Beseffende dat mijn tijdelijke gezelschap geen afspiegeling vormt van de technocultuur, vielen me in dit verband toch een aantal zaken op. Van een expliciete politieke attitude scheen in Hackney geen sprake, maar weldegelijk van een impliciete. Dat wil zeggen, de wijze waarop de bewoners met elkaar omgaan, verantwoordelijkheden (geld, huishouding) en geneugten (eten, dope, alcohol) delen, onderlinge steun verlenen, en hun eigen leven vorm geven, was niet alleen inspirerend, maar voldeed op vele fronten aan idealen die anarchistische collectieven ooit met veel elan formuleerden. Techno blijkt in de alledaagse praktijk een unieke unificerende rol te spelen. Techno brengt uiteenlopende individuen, karakters, groepen en ideeënwerelden samen - zonder dat verschillen behoeven te worden verdoezeld. Ook de mensen die ik in Londen leerde kennen hebben allen hun eigen belangstelling en achtergronden. Laten we nog even in de muziek blijven. Zamorra is een rockliefhebber en zwijmelt bij bands van Black Sabbath tot Husker Du; Doll, een gepiercte dreadlock-dame, gaat voor doom en speedmetal; Lou zappt uren langs videoclips op de vele kabelkanalen; en Gaia zingt de liedjes die de hele dag uit haar transistorradio klinken. Maar in techno lijken ze elkaar te vinden. Techno schijnt het overlappende en bindende vertoog. Gesprekken gaan vaak over techno; parties bracht hen met elkaar in contact; dankzij parties werden sociale contacten opgebouwd; via raves werden huizen gekraakt of gezamenlijk gehuurd. In een prachtige, handgemaakte Amerikaanse zine die ik vond, ergens in Soho, getiteld Antenna, was een interview afgedrukt met de Engelse rave-muzikant Vendor Refill. Deze omschreef het technopubliek in vergelijkbare termen: "From my experience, they are all very down to earth and friendly. What with techno being a very faceless affair, in most cases there's little of the egotism and posing that occurs in the world of, say, rock or metal. The music is more important here than the lifestyle of an individual. Consequently, the people in the scene are in it for the music, and they all seem to know each other as mates".
Het is deze paradox - gezichtsloze muziek versus affectieve solidariteit - die ook mij in Londen trof. Het sociale en gastvrije karakter van deze groep mensen stond buiten kijf. Techno verbroedert en hier klaarblijkelijk en individuele lifestyles lijken ondergeschikt aan een gezamenlijk bestaan. Politieke discussies hoorde ik geen enkele. Maar voor alle bewoners waren de vijanden dezelfde: werk, bazen, sociale diensten, politici, politie, Tories, Criminal Justice Act, Poll Taxes, huisbazen, moraalridders... In het huis vond ik politieke bladen als het al eerder genoemde Squall, maar ook kleine zines als Godhaven the Third, het Amerikaanse Temp Slave, en de werkelijk wonderschone comics-zine Watermellon. Ook bleken hier intrigerende undergroundcomics van het kaliber Hell Blazer, The System en The Preacher - alle uit New York (Vertigo/DC Comics) - mateloos populair.
De simpel gekopieerde en op A5-formaat uitgebrachte zine Godhaven the Third is een typische DIY-zine van de jaren negentig. De chaotische artikelen zijn op een eigenzinnige manier geschreven en geven uitdrukking aan allerlei thema's die de makers bezig houden. Zo vinden we een afkeer van georganiseerde godsdiensten ("WAKE UP. TAKE RESPONSIBILITY FOR YOUR OWN LIFE. THINK FOR YOURSELF. YOUR LIFE IS HERE AND IT IS NOW. GRASP IT. LOVE IT. LIVE IT WELL"); een ode aan Chaos en het begraven van de Beschaving; Derek Jarman en Sexyouality; de verwerping van iedere vorm van censuur; een eerbetoon aan de overleden komiek Bill Hicks; een steunbetuiging aan de activisten van Claremont Road; en - niet te vergeten - vele oproepen tegen werk – erg opvallend. Onder het motto "TAKE STUFF FROM WORK. IT'S YOUR DUTY AS AN OPRESSED WORKER TO STEAL FROM YOUR EMPLOYEE" wordt duidelijk dat de werkvloer vandaag door velen wordt beschouwd als een bastion van onderdrukking en uitbuiting.
Nog explicieter gericht tegen werk en de werkvloer is de Amerikaanse zine Temp Slave (een zinspeling op het begrip 'Temp Worker' of contractarbeider). Het blad bevat persoonlijke verhalen van mensen die de vreselijke ervaringen verwoorden van hun eerste baan; van mensen die ziek zijn geworden door de werkvloer; van studenten die in de zomer experimenteerden met vakantiewerk en daar niet erg content over zijn; en meer theoretische bijdragen over werkvloer & subordinatie. Temp Slave #9 (1997) bevat onder meer het al veelvuldig gerecyclede 'Pissing On The Work Ethic' door Tom Wheeler en biedt een anti-werk-literatuuropgave. Dit blad ziet er niet alleen goed uit, het bevat bovendien tal van op de lachspieren werkende cartoons en nepadvertenties die vooral tot doel hebben werk en arbeidsplicht belachelijk te maken.
Een werkelijk meesterlijk gemaakt blad is wel het Engelse Watermellon, een comics-zine op groot A3-formaat, dat wordt uitgegeven door het fakegezelschap The Institute For Watermellonology. Dit 'instituut' brouwt uitermate subversieve en hilarische comics die zich ergens bewegen tussen Monty Python, The Fabulous Freak Brothers en de Marx Brothers. Ook hier wordt een surrealistisch en apocalyptisch beeld geschetst van het leven in de hedendaagse metropool, onder de terreur van een consumptiekapitalisme, en gemangeld door de werkvloer, politie, politici en sociale diensten. Een motto ter illustratie: "FACE FACTS: EVERYTHING SUCKS - AND BY THE WAY: FUCK YOU ALL" (al dien je natuurlijk wel de plaatjes erbij te bekijken om het gewenste effect te verkrijgen). Watermellon heeft een prachtige omslag, voorzien van een hoerig ruggetje van paars fluweel. Zoals je zult begrijpen verschijnt het blad zeer onregelmatig. DIY hoeft niet altijd derderangs kopieerkunst te zijn, maar kan ook uitmonden in prachtige staaltjes van tekenen en ontwerpen.
Ik mag hier de Vertigo-Comics niet vergeten (in Edinburgh vond ik later zelfs een miniscuul winkeltje van 4X4 meter dat alleen in comics van dit kaliber handelde, gerund door een jonge DIY-importeur van nauwelijks twintig jaar). Waarom iets over deze strips? Een tweede verwijt dat veel ravers wordt gemaakt is dat zij geen aandacht hebben voor sociale vraagstukken, maar zich fixeren op spirituele facetten van het bestaan, zoals shamanisme of demonologie (kortom, New Age). Op het eerste gezicht lijkt die constatering niet onjuist. De bewoners van het huis in Hackney hadden allen wel een obsessie met 'strange phenomena', dat wil zeggen, fenomenen als buitenaardse aliens, ufology, complottheorieën, voodoo, de maskers van Bali en Java, dromen, hallucinaties en visioenen enzovoorts, waren alle geregeld onderwerp van gesprek. Maar de belangstelling is zo divers en zo persoonlijk dat ik geen pogingen heb meegemaakt waarin de een de ander poogde te overtuigen van zijn ideeën. Georganiseerde religies of new age-bewegingen worden als autoritair en dogmatisch afgewezen; ik constateerde nergens een yuppige Oibibio-Gimsel-shop-cultuur; er werden geen Tarot-kaarten gelegd en er werd niet naar mijn sterrenbeeld gevraagd. Zamorra was bij voorbeeld gefascineerd door voodoo - niet omdat je nu eenmaal een lifestyle moet kiezen, maar gewoon omdat zijn huis en kamer doordrongen waren van voodoo. Voordat hij het huis betrok was het ruim veertig jaar bewoond geweest door een Haitiaanse familie die hier voodoo praktiseerde. Allerlei rituele symbolen en voorwerpen waren achtergebleven en hadden Zumaru aangezet tot een nadere studie van voodoo. Zijn verhalen - een mix van kennis, visioenen, dromen en fantasieën over de Haitiaanse rituelen - boeiden me bijzonder, en tot diep in de nacht liet hij zijn vele lichtjes schijnen over voodoo.
Wie louter afgaat op de getekende omslagen van comics als Hell Blazer, The Dreaming, The Preacher of The System zal wellicht morrend opmerken: "Jezus, al die fantasy-new-age-bullshit tegenwoordig". Maar ook hier komt zo’n oordeel bedrogen uit. Roel Bentz van den Berg schreef voor het NRC-Handelsblad (28 februari 1997) een recensie van de Vertigo-serie The Preacher, een creatie van Garth Ennis en Steve Dillon: "Deels theologische spaghetti-western, deels bloederige roadmovie, deels heavy metal gothiek en fin de siecle science fiction is The Preacher het perfecte anti-serum tegen het neopositieve geneuzel van de New Age-beweging en de al even zelfingenomen neo-christelijke vroomheid waartoe veel intellectuelen hun toevlucht zoeken om in deze genadeloze tijden hun morele suprioriteit veilig te stellen". The Preacher is predikant Jesse Custer, opgevoed door christendom en voodoo, die als een premiejager speurt naar God die gedeserteerd is uit het hemelrijk. Ook Hell Blazer en The System zijn fascinerende verhalen, explosieve mengsels van de ingrediënten die Bentz van den Berg zo treffend wist te verwoorden. New Age Exit. Ik raakte in Londen geheel in de greep van Peter Kuper's vorig jaar verschenen The System, een comic zonder teksten, louter aangrijpende beelden van een verziekt leven in een metropool (New York) waar dollars, corrupte cops, drugs en andere koopwaar een schier heilige status hebben gekregen. Over Kuper's apocalyptische schetsen merkte comics-kenner Ricky Jay op: "Demimondaines and demimondudes in a startling, transforming, revolutionary journey through a wordless Metropolis". In The System wordt de spektakelmaatschappij ten grave gedragen. Tot diep in de nachten las ik de ene na de andere aflevering en voelde dezelfde sensaties die ik eerder ooit kreeg bij de ketterse strips van Tardi (Isabelle Avondrood), de anarchie van Peter Pontiac en natuurlijk bij de Fabulous Furry Freak Brothers.
Het belangrijkste aspect van de DIY-cultuur is toch de geringe waardering voor de wetten van de economie. Voor DJ Zamorra is dat niet anders. Hij groeide op in een straatarme Schotse industriestad, werd werkloos, raakte vrouw en kind kwijt en trok uiteindelijk naar Londen om daar zijn geluk te beproeven. In alles lijkt de dertigjarige dan ook de ideaaltypische Britse drop out die zijn lot te danken heeft aan Thatcher's terreur van de markt. Het lot van zijn huisgenoten is vergelijkbaar. Soms vinden ze een klein baantje, dan weer is het rondkomen van de dole. Toen ik na een dag of tien rondhangen in Schotland weer in Londen terugkeerde had Sean inmiddels een baantje gevonden als motorkoerier. Zamorra is inmiddels zeer kritisch geworden ten opzichte van werk. Het heeft een deel van zijn leven verziekt en nu heeft hij zich gewend aan een leven met een zeer bescheiden inkomen. Soms klust hij wat bij als DJ van een kleine, mobiele danceclub, maar meestal is hij blut. Van het weinige geld dat hij overhoudt koopt hij tapes die hij thuis vult met zijn favoriete techno. Die tapes geeft hij dan weer aan liefhebbers - zo kwam ook ik aan mijn technotapes. Als je deze hometaper geld biedt in ruil voor zijn cassettes voelt hij zich zwaar beledigd: "Muziek is mijn lust en mijn leven - het sloeg me overal doorheen. Als mensen me zeggen dat ze van mijn muziek houden dan wil ik ze er ook wat van geven. Ik wil er dan iets moois van maken en ze iets speciaals laten horen. Als ik tapes zou verkopen zou ik mezelf klote voelen, het zou een soort verraad zijn aan de muziek, en aan mezelf".
Zes dagen onderdak bij deze Londense technoliefhebbers bleek geen offer en geen tegenvaller. De vriendelijke en gastvrije sfeer deed me denken aan de hoogtijdagen van Christiania, Kreuzberg of Amsterdam. Inmiddels is het half acht geworden. Zamorra is in slaap gesukkeld en ik ben mijn slaap weer kwijt geraakt. Ik blader verder in The System en denk terug aan de Franse grenscontrole bij Calais, enkele dagen eerder. Uren lang werden we bij veertien graden onder nul geterroriseerd en gefouilleerd door zwaar bewapende Franse militairen. Er werden geen drugs gevonden, hetgeen de militairen werkelijk furieus maakte. Aan de andere kant van de geweerlopen hield zich een vloekende en tierende horde buspassagiers op. Oorlog? The System draait nog altijd op volle toeren. Techno heeft een eigen systeem gecreëerd - of het nu als smeerolie dient voor The System of juist als antiserum moet je zelf maar beoordelen.
bronnen:
* Antenna, An Interview With Vendor Refill (niet genummerd, niet gedateerd).
Antenna: POBox 961, Main PO, Newport, RL, 02840, USA. Tevens afgedrukt in
Not Fussed! (#3 1997): p/a Vredenoordlaan 10a, 3061 RL Rotterdam;
* Roel Bentz van den Berg, God: een Hell's Angel op leeftijd, NRC-Handelsblad
28-2-1997;
* Fiona Earle (ed.), A Time to Travel. An Introduction To Britain's Newer Travellers
(Dorset 1994);
* Ally Fogg, Senseless Acts. An Interview With George McKay, in: Squall #13
(1996), Squall: POBox 8959, London, N19 5HW, UK;
* Godhaven the Third (third and final volume, 1996), c/o Godhaven Ink, POBox
HP94, Godhaven, London, IS6 1YJ, UK;
* George McKay, Senseless Acts of Beauty. Cultures of Resistance Since the
Sixties (Verso-New Left London 1996);
* The System, Hell Blazer, The Dreaming, The Preacher, c/o Vertigo-DC Comics,
1700 Broadway, New York, NY 10019, USA;
* Temp Slave! #9 (1997), c/o Keffo, POBox 8284, Madison, WI, 53708-8284, USA;
* Watermellon, c/o Institute For Watermellonology, 35 Clermont Ferr. Preston
Park, Brighton BN16SJ, UK.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |