| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2009 De Rondos 1978-1980.pdf | 27.04.2009 | 71kB | - |
Rondos/Rewind: A Black & White Statement
Alleen bewegingen die in staat waren zichzelf op te heffen, schreef een Britse filosoof, hebben geschiedenis gemaakt. Hoewel ze hier doelde op de avant-gardes van Dada en het situationisme, mogen ook de Rondos tot deze illustere categorie worden gerekend. Dit legendarische Rotterdamse punkcollectief – eindelijk mogen we nu het woord legendarisch gebruiken – bracht in september 1980 de 7” Fight Back! uit. Achterop het hoesje werd kond gedaan van dat afscheid, omdat “een groot deel van de punkbeweging zich in een richting ontwikkelt die niet de onze is, namelijk, geweld, alcohol, aanpassen en commercie”. Een jaar eerder had ook Sham ’69 de stekker eruit getrokken. De band die zo graag jongeren had willen verenigen en het multiculturele drama door middel van punk had willen beslechten, moest constateren dat hun concerten steeds vaker in vechtpartijen ontaardden tussen skinheads en punks en dat ideologische haarkloverij de utopische droom van If Kids Were United uiteen deed spatten. Punk was morsdood, maar weigerde zichzelf op te heffen. Daarom deden de Rondos het maar zelf.
En geschiedenis hebben de Rondos gemaakt. Hun oprichting en zelfverklaard einde vallen samen met de hoogtijdagen van punk. Daarna spatte punk esthetisch uiteen in postpunk, industrieel, ska, oi, new wave, noise en experimenteel, en ideologisch in de kraakbeweging, anarchisme, Do It Yourself, vegetarisme, fascisme en nationalisme. In de schitterende box A Black & White Statement (2009), die hier vanavond in WORM wordt gepresenteerd, blikken de Rondos terug op die fascinerende, maar ook arme en rumoerige tijd, waarin het Nederlands Bruto Nationaal Product schommelde rond vijftig procent van het huidige. De gebundelde boeken en cd’s arriveren precies op tijd. In Engeland en de Verenigde Staten verschijnen maandelijks fantastische boeken over de geschiedenis van punk en postpunk. In Nederland wachten we nog steeds op een standaardwerk. Natuurlijk hoort Rotterdam in zo’n boek een belangrijke rol te krijgen, want Rotterdam was immers “de enige undergroundstad van Nederland”, zoals Cor Gout ooit schreef. Daarom schrijft zanger John, die tegenwoordig Johannes van de Weert heet, in een terugblik: “We schrijven onze eigen geschiedenis, voordat iemand anders het doet. Want er is al genoeg onzin over de Rondos in omloop”.
Zo’n egodocument is welkom, maar een autobiografie is vooral interessant omdat het identiteit produceert: onwelvoeglijke episodes worden voor het gemak vergeten, conflicten gladgestreken, opvattingen van buitenstaanders genegeerd, en chaotische of impulsieve wederwaardigheden achteraf aaneengeregen tot een consistent wereldbeeld. Daarom beschouw ik dit jongensboek, want zo mogen we de levensbeschrijving van de Rondos toch wel noemen, als een geweldige bron voor dat toekomstige standaardwerk. Er is nog een reden waarom A Black & White Statement juist nu verschijnt. Audioblogs bieden de muziek van de Rondos gratis aan en origineel vinyl wordt tegen hoge prijzen aangeboden op webveilingen. Die blaam treft ook mij, want ik plaatste vorige week een live concert van de Rondos op mijn blog.
Er is al genoeg onzin over de Rondos in omloop, schrijft John. Dat klopt, en ik ben daar ook een beetje schuldig aan. Hoewel ik de Rondos nooit zag spelen, had ik wel een uitgesproken mening over hen. De Rondos – dat waren toch communisten, of erger, Maoïsten: ze droegen hamers en sikkels in hun logo’s, ze tooiden zich in uniformen, ze lieten fascisten schrijven in Raket, ze keerden tijdens concerten andere bands hooghartig de rug toe, ze zongen I Don’t Like The Rastaman, en natuurlijk waren ze oud en dus sowieso fout. De punks van mijn school, die singeltjes van The Ex en anarchozines als Gramschap verkochten in de kantine - en het dus konden weten, vertelden immers dat de Rondos niet oké waren. Dat de Rondos veel beter konden spelen dan mijn eigen band, dat ze toerden met Crass, dat ze net als ik fan waren van Wire (en hun vroege nummers fantastisch coverden), dat ze met Raket de beste politieke fanzine van Nederland maakten, met Red Rat de coolste strip voortbrachten, én het feit dat ze kunstenaars waren terwijl wij alleen maar met kunst koketteerden, deed natuurlijk niet ter zake. Het waren immers ideologische tijden en ik koos voor de ongerichte woede van The Ex tegenover de KEN/ML ideologie van de Rondos; voor de spontane anarchie van Dada en de situationisten tegenover het onbegrijpelijke links van de Rondos. De Rondos pasten lekker in mijn zwart-wit-beeld van de vijand in eigen kring. En zo bracht ik dus onzin over de Rondos in omloop. Gelukkig schijnt de biografie licht op tal van obscure kwesties en misverstanden, al wordt mijn ideologische verwarring niet helemaal weggenomen.
In 1998 werden ex-Rondos gitarist Maarten van Gent en ik uitgenodigd deel uit te maken van een workshop met beeldend kunstenaar Mike Kelley. Dankzij bemiddeling van kunstenaar Ben Schot vierde Kelley’s band Destroy All Monsters uit Detroit in Rotterdam zijn 25-jarig bestaan. Deel van het programma was een serie video’s, waarin optredens van de band in Amerikaanse galeries en kunstinitiatieven van de jaren tachtig werden vertoond. De indruk werd gewekt dat beeldende kunst en punk hier voor het eerst een vruchtbaar pact hadden gesloten, waardoor Do It Yourself een onlosmakelijk bestanddeel van huidige kunst was geworden. Ik verbaasde me hierover, omdat, in mijn perceptie, punk en postpunk in Nederland juist een gastvrij onthaal vonden in de wereld van de beeldende kunst. In Tilburg en Amsterdam, waar ik veel vertoefde, vloog ik voor concerten van galerie naar kunstenaarsruimte naar kraakpand, en één van mijn eigen bandjes, de Jonge Oisterwijkers, was zelfs geïnspireerd op nieuwe kunstbewegingen als de Jonge Wilden, de Jonge Friezen en de Jonge Negers. Over Rob Scholte werd in punkblaadjes geschreven, Peter Klashorst speelde in Soviet Sex, en Tilburgse postpunkbands als Sammie America’s Gasphetti, TAU-Pact en The Big Bamboozle waren gelieerd aan het circuit van kunstacademies. Ook Maarten verhaalde over de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, waar de Rondos werden opgericht (genoemd naar de goedkope koeken van de kantine), en over zijn even legendarische kunstenaarsinitiatief en collectief Dubio in Huize Schoonderloo in de Tweede IJzerstraat te Delfshaven. Wat een spannend stukje kunstgeschiedenis! Daar moesten we toch eens iets mee doen.
En zo geschiedde. Tien jaar later kwamen Maarten en Wim ter Weele op bezoek bij het Centrum Beeldende Kunst. Of we wilden participeren in een document over de Rondos en het Rotterdamse punk en kunstklimaat van de jaren 1978-1980. Ik was direct enthousiast. Niet alleen stonden de jaren zeventig en tachtig sterk in de belangstelling, ook temidden van de hausse van internationale boeken en websites, mocht bijzondere aandacht voor Rotterdam en dus de Rondos toch niet ontbreken.
Vandaag wordt het resultaat gepresenteerd: een dikke doos, met daarin een biografie, waarin ook uitvoerig wordt ingegaan op de Rotterdamse kunstscene. Er is een lijvig fotodocument, met foto’s uit het archief van Piet Dieleman. Ook ontbreekt een bundel met alle songteksten niet: “Mao and Marx are all right”, lezen we, en “Gotta kill a cop tonight” of “King Kong’s Penis is fucking the subway”. Vervolgens bevat de box een cd met alle op vinyl verschenen tracks (die gasten speelden inderdaad goed) en er is een live cd toegevoegd (helaas zonder de Wire-covers – maar die staan gelukkig wél op mijn weblog).
Een heuse verrassing vormen twee nieuwe Red Rat strips! Ik smulde destijds van Red Rat – wie niet. Het toilet van het kraakpand van mijn vriendinnetje, aan de Brouwersgracht in Amsterdam, was geheel behangen met de strip. Je kon er uren blijven zitten. Daar waar de kleine anarchistische held de muur en de openbare ruimte sierde, wist je dat je geestverwanten trof. Er moeten tientallen mallen in omloop zijn geweest. Maar in de nieuwe strips – een terugblik op 1980 - is Red Rat een tragische figurant geworden in een uitzichtloze utopie, die punk heette. En zo zijn we allen ouder en wijzer geworden: ook de Rondos. Een mooie foto, geschoten in de herfst van 2008, toont Maarten, Frank, Wim, Allie en Johannes, gezeten aan een groezelige keukentafel, de kopjes gevuld met dampende thee. Vijf heren van middelbare leeftijd kijken nog één maal gezamenlijk in de camera. Er is dus leven na de Rondos.
En zo omvat A Black & White Statement – goede titel trouwens – voorlopig alles wat je wilde weten over de Rondos. Nou ja, bijna alles. Helaas ontbreken een bloemlezing en beeldselectie uit het tijdschrift Raket. Dat zou nog eens een mooie tentoonstelling kunnen opleveren, bijvoorbeeld in het Historisch Museum. Precies twee jaar geleden organiseerde Museum Het Domein te Sittard een tentoonstelling met werk van Rik Meijers, ooit begonnen als ontwerper bij Raket. De expositie vertoonde niet alleen de beroemde VPRO-documentaire van Dick Rijneke over punk en kunst in Rotterdam (Groeten uit Rotterdam, 1980), maar had ook glazen vitrines waarin afleveringen van Raket, foto’s, affiches en brochures als artefacten en relikwieën werden opgevoerd. De presentatie van Meijers en de daaropvolgende forumdiscussie over punk en beeldende kunst resulteerde in een bomvolle zaal. Ik denk dat we pas aan het begin staan van het reflecteren op deze recente episode uit de kunstgeschiedenis. En daarmee kan deze avond en de Rondos-box worden beschouwd als openingsact van dat ambitieuze programma.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |