| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1992 Rotterdamse arbeidersfilosofie.pdf | 25.01.2004 | 104kB | - |
Bernard Damme:
Rotterdamse 'arbeidersfilosofie'
In de late jaren zeventig van de vorige eeuw trokken vrome plattelandsarbeiders
naar Rotterdam om nieuwe havens aan te leggen . Ze werden daar geconfronteerd
met vreemde pastoors, rondlopende dominees en vrijdenkers die het hadden
over Spinoza en Nietzsche. Het was de tijd van de grote havenwerken. Van
1874 tot 1879 werden aan de linker Maasoever, op Feyenoord, de Binnenhaven,
de Entrepothaven en de Spoorweghaven aangelegd, met spoorverbindingen en
opslagplaatsen. De arbeiders die hier werkten waren vooral afkomstig van
het Zuid-Hollandse, Zeeuwse en West-Brabantse platteland dat zich door sterke
godsdienstige tradities kenmerkte. In de eentonige arbeiderswijken die te
Rotterdam verrezen raakten zij veelvuldig in een geestelijk isolement, dat
nog eens versterkt werd door het grote tekort aan priesters, dominees en
kerken. Pastoor Van Etten van Delfshaven sloot zich op in zijn pastorie uit
onverholen afkeer van de 'zedeloze' arbeiders, terwijl dominee Stam - een
in het zwart geklede 'buitenman' - in zijn gebeden God met 'jij' en 'jou'
aansprak en op straat wekelijks zo'n vijfhonderd toehoorders aan zich wist
te binden. In deze situatie groeide de in 1864 geboren Bernard Damme op,
die later de denkbeelden van Spinoza en Nietzsche onder verlichte arbeiders
en 'kleine luyden' zou introduceren.
Van grote betekenis in het leven van deze jonge Rotterdamse gemeenteambtenaar bleek zijn ontmoeting met de merkwaardige dominee Willem Frederik Meng. Deze predikant van het 'Duitsche Kerkje' (Luthers) aan de Mannenlaan liet Damme kennis maken met het werk van Multatuli, Schopenhauer en Wagner en wees hem op 'de noodzaak van de losmaking van alle banden welke ons omwikkelen en ons beletten in onze roeping'. Meng was waarschijnlijk de enige Rotterdamse predikant die zich als volgt bij de gemeente liet registreren: 'beroep: predikant' en 'geloof: geen'. Zijn geschrokken kerkbestuur weigerde hem op een goede dag de toegang tot de kerk maar dat kon de nu dakloze dominee niet deren. Hij week uit naar verschillende zalen - zoals het gebouw Verscheidenheid & Overeenstemming aan de Scheepmakershaven - en wist met zijn onorthodoxe 'preken' wekelijks honderden Rotterdammers aan te trekken.
Volgens Damme symboliseerde Meng voor traditionele gelovigen de Rotterdamse 'antichrist' bij uitstek. Omstreeks 1880 werd in menig gezin over deze Meng gepraat. Hij was een cultuurpessimist die meende dat het kapitalisme een uniforme massamens geschapen had. Daarom diende de mens zich los te maken van voorgeprogrammeerde zeden en religieuze dogma's om waarlijk vrij te kunnen leven. Meng propageerde de zelfontplooiing als remedie. Zijn voordrachten werden echter steeds vaker bezocht door tegenstanders die door middel van 'sissen en schreeuwen' poogden zijn spreken onmogelijk te maken. Op 30 januari 1882 ontaardde dit in een rel waarbij voor en tegenstanders met elkaar op de vuist gingen en Meng gemolesteerd werd. Verhitte tegenstanders riepen leuzen als 'Snijdt Meng aan repen!' De gewaarschuwde politie trad echter veel te laat op waardoor Meng en enkele medestanders naar het ziekenhuis gebracht werden. Na dit voorval keerde Meng zich demonstratief af van het christendom. Hij verliet de kerk en zijn uittocht werd gevolgd door een schare Rotterdammers. Na een korte anarchistische periode bekeerde Meng zich tot de theosofie.
Bernard Damme, een van de Rotterdammers die met Meng de kerk verlieten, was net als zijn leermeester een libertaire overtuiging toegedaan en de soevereiniteit van het individu stond bij hem hoog in het vaandel. In de Rotterdamse arbeidersbeweging bleek hij een heftig criticus van de sociaal-democraten. Zo meende hij dat hun leiders, zoals Troelstra en de gebroeders Van Helsdingen, slechts carrière wensten te maken 'over de ruggen hunner makkers'. De sociaal-democratie poogde de massa te kneden tot een eenheidsworst en streefde, volgens Damme, naar 'een bijeengedreven kudde onder leiding van een herder of hond'. Daarom sloot hij zich aan bij de vrije Rotterdamse groep De Vaandelwacht. Een groep vrijdenkers, anarchisten en individualisten die in Domela Nieuwenhuis hun charismatische inspirator vonden. In samenwerking met vrijdenkers van diverse pluimage legde Damme zich toe op het organiseren van spreekbeurten. Onder invloed van Meng raakte ook hij geobsedeerd door de wijsbegeerte en het vrije denken. Hij beschouwde de filosofie vooral als het vervolg op de theologie en beschouwde deze ontwikkeling als hoopvol. Want als het aan de kerken lag, meende hij stellig, dan keerden we terug naar de middeleeuwen.
Tijdens een van zijn voordrachten had Damme de bekende Rotterdamse arts en sexuele hervormer J. Rutgers leren kennen. Rutgers sprak de Maasstedelijke arbeiders regelmatig toe over seksualiteitsvraagstukken en nodigde Damme uit te komen studeren in zijn salon aan het Haringvliet. Aldaar kwamen in de avonduren arbeiders bijeen die de zelfstudie ter hand wilden nemen. Hij bestudeerde vooral wijsgerige, sociologische en natuurkundige werken: 'Na dagen van tien-twaalfurige arbeid voor de boterham, naar de vergadering tot 's avonds elf, twaalf uur, of lezen en leren, van allerlei, tot diep in de nacht, dat was jarenlang zo'n gewoonte geworden dat men al niet beter wist of het behoorde zo te wezen. Het was een genot toen te leven'. Rutgers formaliseerde zijn salon in 1895 tot de Rotterdamsche Buurtvereeniging die zich tot doel gesteld had mensen uit een buurt bijeen te brengen, zowel rijken als armen, om samen 'geestelijke en redelijke problemen' te bespreken. De georganiseerde lezingen, soms in samenwerking met De Vaandelwacht, hadden veel succes. Vijfhonderd bezoekers of meer was geen uitzondering. In 1905 ging de Buurtvereeniging op in Ons Huis (het huidige Lantaren-Venter in de Gouvernestraat), een centrum voor arbeidersontwikkeling dat geleid werd door de voormalige christen-anarchistische dominee Anne de Koe.
Dammes belangstelling voor de wijsbegeerte nam onverminderd toe. Hij werd lid van een wijsgerige vereniging en vond in de vrijdenker en filosoof Willem Meijer een nieuwe inspirator. Meijer was omstreeks de eeuwwisseling de bekendste spinozist in Nederland en presenteerde deze filosofie als een moderne, stedelijke en onkerkelijke levens- en wereldbeschouwing. Onder invloed van Meijer schreef hij in 1916 Erasmus: de Voltaire der XVIe eeuw, een vurige aanklacht tegen ieder geloof en klerikalisme. Bovendien hekelde hij het ontluikende fin-de-siècle: 'Spoken en geestverschijningen, spiritisme en andere zogenaamde Stille Krachten, dat alles doet thans ook nog opgeld, zoals wij zien; terwijl het occultisme, wonderdoenerij, theosofie, witte en zwarte magie duizenden aanhangers tellen, en sprekende en schrijvende mediums en geestverschijningen aan de orde van de dag zijn. Waarzeggerij, toekomstvoorspellingen, clairvoyance, ach, leest de bladen en beziet de advertentiekolommen, en men heeft het bewijs dat in onze zogenaamde Verlichte Eeuw het bijgeloof nog welig tiert'.
Tussen 1903 en 1950 schreef hij een tiental werken en meer dan vijfhonderd artikelen, waarvan het merendeel voor De Vrije Socialist en De Vrijdenker. Hij meende dat zowel de 'gevestigde' als de schopenhaueriaanse wijsbegeerte geresulteerd had in een verlammend pessimisme. In het propageren van een optimistische filosofie zag hij zijn belangrijkste taak gelegen. Ook groeide hij uit tot een gemotiveerd spreker op bijeenkomsten van vrijdenkers, kunstenaars en anarchisten (zelf zong hij niet onverdienstelijk). Dankzij het leven en werk van Damme krijgen we eindelijk enig zicht op de denkbeelden die zich tijdens de opkomst van het socialisme en humanisme verspreidden onder geseculariseerde arbeiders in Rotterdam.
* Over Damme schreef ik onder meer: Spinoza en het einde van het christendom, in: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland (2, 1991); Bernard Damme en het spinozisme in Rotterdam, in: B. Damme, B. de Spinoza: populaire bijdrage over zijn leven en leer (derde druk, Rotterdam 1992); Monisme en vitalisme in de libertaire beweging, in: Hans Ramaer & Wim de Lobel, Eerste Jaarboek Anarchisme (Moerkapelle 1994).
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |